Tijd om te spelen - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Tijd om te spelen

Wetenswaardig > KUDDE DYNAMIEK
Veel paardenhouders bewonderen hun paard het meest als het mooi danst, hoog springt of een andere sportieve prestatie levert. Omdat paarden doorgaans niet in sociaal kuddeverband worden gehouden, missen we een andere dimensie van het paard: zijn speelsheid. Paarden zijn dol op spelen. Met elkaar, maar ook met mensen, als ze de kans daartoe krijgen.
'Ga je ook wel eens alleen naar de kudde?', vraagt een kennis. 'Je bent altijd maar educatief bezig. Misschien ontdek je wel andere dingen als je alleen gaat.'
Daar zit wat in, dus op een dag struin ik in mijn eentje door de uiterwaard, knabbelend aan een appel. De uiterwaard is groot en de paarden hebben schutkleuren, dus het is even zoeken. Geeft niet.

Het weer laat zich van zijn vriendelijkste kant zien. Uiteindelijk vind ik de kudde bij de rivier. De paarden staan op een kluitje op een krib en laten de wind met hun staarten en manen spelen. Op een afstand van ongeveer vijfentwintig meter houd ik halt. 'Wie wil er met me spelen?' roep ik hardop. Er gaan drie hoofden omhoog en even later maken zich drie paarden uit de kudde los: twee hengsten en een merrie. Ze zetten het op een draven, overduidelijk in mijn richting.

De twee hengsten buigen op het allerlaatste moment af, elk een kant op. De merrie gaat vlak voor mijn neus staan, heft haar hoofd op en drukt haar snuit in mijn gezicht. 'Hoi!', snuift ze. 'Huh, huh, huh, huh', antwoord ik. In paardentaal betekent dat: fijn je te zien. Op mijn 'huh, huh, huh, huh' volgt een diepe zucht. Paardentaal voor: ik voel me op mijn gemak.

De merrie gaat schuin voor me staan, raakt met haar neus een van mijn handen aan, die ik beleefd naast mijn lichaam laat hangen, en vraagt op die manier of ik haar even wil groomen. Ik krauwel onder haar manenboog totdat mijn vingers bedekt zijn met een dikke laag zwart, welriekend huidvet.
'Even mijn handen wassen', deel ik de merrie hardop mede en verlaat de krib. Ze trippelt achter me aan en even later staan we aan de waterkant. Zij aan zij. Ik was mijn handen en schud de druppels eraf. De merrie staat geduldig op me te wachten, haar hoofd een beetje naar beneden. Vanonder haar lange wimpers gluurt ze weer verlangend naar mijn vingers. Nou, vooruit... De leidhengst staat op de krib en observeert ons, maar maakt geen aanstalten de merrie terug te drijven. Contact toegestaan. Nadat ik voor de tweede keer mijn handen in de rivier heb gewassen, stel ik voor een eindje over het rivierstrand te gaan wandelen. Als je wilt mag je mee...
Ze gaat mee. Dan loopt ze naar de waterkant. Drinken? Nee, heel voorzichtig plukt ze met haar lippen een plantje met wortel en al uit het zand en komt ermee terug. 'Dat zit onder het zand, zal ik het even voor je afspoelen?', vraag ik hardop. Ze kijkt me schuin aan en laat het plantje uit haar mond vallen. Krijg nou wat.
Heeft ze mijn aanbod 'opgevangen'? Ik pak het plantje van de grond, ga ermee naar de rivier en spoel het schoon, waarna ik het haar weer aanbied. Ze neemt het aan maar eet het niet op. In plaats daarvan houdt ze het in haar mond, zoals een hond een kluif in zijn bek zou houden. In stilte wandelen we een stukje verder. 'Nu heb jij iets in je mond en sta ik er met lege handen bij. Dat kan niet', zeg ik en buk me om een takje met een paar twijgen van de grond te pakken.

Zwijgend hervatten we onze wandeling. Nadat ik alle twijgjes van het takje heb geplukt neem ik het takje in mijn hand en gooi het een eindje weg. 'Apport!', roep ik, uit joligheid. De merrie laat haar plantje uit de mond vallen, zet het op een lopen en komt even later terug met een triomfantelijke blik in haar ogen... en het takje in haar mond. Een visser, die tot dan toe geconcentreerd naar zijn dobber had gestaard, heeft het hele tafereel gezien en blijft kijken. De merrie laat het takje vlak voor me op de grond vallen. Alsjeblieft. Ik pak het op en gooi het een flink eind weg. Met dat ik de gooibeweging maak is de merrie ook al weg, in volle draf achter het takje aan. De mond van de visser staat nu wijd open. De mijne ook. Deze merrie vindt apporteren leuk! 
Al spelend verwijderen we ons steeds verder van de kudde. We zijn al bijna bij de volgende krib. 'Kom, ik ga je terugbrengen naar je familie', zeg ik tegen de merrie. Zij vindt het best. Nu we toch zo lekker aan het spelen zijn bedenk ik een nieuw spelletje: dansen. Met het takje in mijn hand draai ik een acht. De merrie volgt me als een schoothondje. Steeds ingewikkelder worden de figuren, totdat we echt aan het dansen zijn, steeds wilder en sneller. De merrie vindt het prachtig. Ze gooit haar hoofd in de lucht, legt haar oren in de nek, rekt haar bovenlip uit tot een soort slurfje en galoppeert in volle vaart op me af, om vlak voor me plotseling te stoppen. Het zand stuift alle kanten op.

Schouwspel
Ondertussen staat de leidhengst nog steeds roerloos op de krib en observeert het schouwspel. Na een aantal achten in het mulle zand neem ik tempo terug en nodig de merrie weer uit om te apporteren.
Ze gaat gretig op de uitnodiging in. Dan stuit ik op een leeg yogurtpak. Ik pak het op. De merrie deinst even terug. 'Kun je dat ook apporteren, roep ik en gooi het lompe ding weg. Even twijfelt ze. Dan draaft ze vrolijk op het pak af en probeert het op te pakken. Het heeft een wasachtig laagje, dus het glibbert steeds uit haar mond. Uiteindelijk heeft ze het toch te pakken. 'Dat doen we maar niet nog een keer', zeg ik en neem het pak van haar aan, waarna ik het in het zand begraaf. Ze kijkt een beetje beteuterd. Einde spelletje? Ja, we zijn weer bij je familie. Daar hoor je thuis. Doei! Daar denkt de merrie toch anders over. Er zit niets anders op dan de kudde in te lopen en te hopen dat iets of iemand haar afleidt. Dat gebeurt uiteindelijk ook. Een andere merrie staat zich aan een paaltje te schuren en zij besluit dat ook te gaan doen. Nu kan ik wegsluipen, de visser in sprakeloze verbazing achterlatend. Nauwelijks ben ik de krib af of ik hoor het geluid van hoeven achter me. Het is de leidhengst.

Doei
Hij loopt me in eerste instantie voorbij, dus ik loop door het mulle zand richting de dijk. Dan mindert de hengst vaart, totdat we parallel aan elkaar lopen. Het is net alsof hij me begeleidt. 'Moet jij niet terug naar je kudde?', vraag ik hardop. Hij snijdt me de pas af en blijft doodleuk zo staan, het machtige hoofd met de brede kaken een beetje naar beneden. Heel voorzichtig groom ik hem. Hij vindt het heerlijk.

Dan ademt hij langzaam uit, heft zijn hoofd op, kijkt naar zijn kudde op de krib en maakt de weg vrij. 'Nou, dan ga ik maar. Doei!'Vanaf de dijk zie ik het indrukwekkende dier terugkeren naar de kudde in een langzame, beheerste galop, de staart half opgeheven, het hoofd in een sierlijke boog.
Bodyscan
Terug in de bewoonde wereld vertel ik dit verhaal aan Ulrike Thiel, een dame die haar paarden inzet voor equitherapie. Zij gelooft het verhaal maar half. Een paar dagen later keer ik, samen met haar, terug naar de kudde. Het motregent, dus ik heb mijn paraplu meegenomen.
De kudde staat nu gewoon in het vrije veld. 'Welke was het?' wil Ulrike weten. Ik heb geen idee. 'Goed, ik vraag wel weer of er iemand met me wil spelen', zeg ik en voeg de daad bij het woord. Hetzelfde vrolijke drietal geeft weer gehoor aan de uitnodiging.
Eén van de twee hengsten besnuffelt Ulrike van onderen tot boven en weer terug. Waarschijnlijk heeft ze de geur van haar eigen paarden bij zich...
Ze ondergaat de bodyscan geduldig.

De tweede hengst staat alweer te grazen. De merrie daarentegen staat vlak voor mijn neus, met vragende ogen. O jee, ik heb geen takje bij de hand. Ik leg mijn paraplu neer en struin door het struikgewas, op zoek naar een takje. De merrie is me echter niet gevolgd, zo blijkt even later. Als ik terugkom staat ze met mijn paraplu in de mond uitdagend naar me te kijken. Ulrike's ogen zijn inmiddels zo groot als schoteltjes. 'Nou, die was het dus', lach ik. Het volgende ogenblik bevestigt de merrie dit door mijn paraplu te laten vallen, hem weer op te pakken en compleet aan stukken te scheuren met haar tanden en voorbenen.
Ulrike houdt haar hart vast, want het geraamte van een paraplu zit vol uitsteeksels die in paardenogen kunnen prikken, maar daarover in de stress schieten werkt contra-productief. Gewoon laten uitrazen en de kapotte plu mee naar huis nemen. Aldus geschiedt. Later zal Ulrike dit avontuur in haar boek Die Psyche des Pferdes verwerken, want ze heeft al veel met paarden meegemaakt, maar dit...

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu