Botulisme bij paarden - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Botulisme bij paarden

Wetenswaardig > GEZONDHEID
Botulisme: van oudsher associëren we het met dode eenden in de sloot op hete zomerdagen. Maar het kan ook paarden treffen, zelfs op de winterdag. Als een paard het door de Clostridium Botulinum bacterie geproduceerde zenuwgif binnen krijgt, is de afloop in veel gevallen dodelijk. Voorkomen dat het paard in contact komt met besmettingsbronnen is de beste remedie.
Het is een nachtmerrie waar niemand op zit te wachten. Op oudejaarsdag loopt recreatiemenner Henk den Hond uit Rockanje de paardenstal binnen. Hij treft daar zijn anderhalf jaar oude mini-shetlander aan in een rare houding: liggend op de grond, met verkrampte, naar binnen getrokken hoefjes.
De in allerijl opgetrommelde dierenarts staat voor een raadsel. Drie uur later is de pony overleden. Op nieuwjaarsdag slaat het noodlot opnieuw toe. Rond een uur of drie 's middags gaat Henks negenjarige shetlander neer. 'Het ruintje lag erbij alsof hij koliek had. Hij trilde met zijn buik en trok zijn beentjes in', herinnert Henk zich. De dierenarts haalt er een collega bij. Samen proberen ze de shetlander overeind te zetten door hem bij zijn oor te pakken. Het oor blijft scheef staan. Als ze hem in de mond kijken gaat zijn tong niet meer terug en als ze zijn staart optillen om hem te temperaturen -hij blijkt hoge koorts te hebben- blijft deze omhoog staan. De dierenartsen raadplegen nog twee collega's en besluiten uiteindelijk de pony af te voeren naar de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Voor de shetlander is het dan al te laat. Vijf uur nadat hij is gaan liggen blaast hij zijn laatste adem uit. Tot overmaat van ramp gaat de dag daarop Henks twaalfjarige haflinger tegen de vlakte met exact hetzelfde ziektebeeld. Het in allerijl naar Utrecht gebrachte dier overlijdt de volgende ochtend, na Henks toestemming het van de beademing te halen. 
Besmette baal
Kort daarna krijgt Henk een telefoontje. 'Voor mij staat het voor 90% vast dat het botulisme was', meldt de Belgische specialiste, die de verhalen van de dierenartsen heeft geïnventariseerd en de pony's onderzocht. 'Het heeft mogelijk in besmet hooi of kuilvoer gezeten.' Henk krijgt het Spaans benauwd. 
Zijn twee Friese paarden hebben van dezelfde baal gegeten... Wanneer twee dagen later zijn merrie gaat liggen, vreest hij dan ook het ergste. Uit voorzorg laat hij beide paarden naar Utrecht brengen. De merrie blijkt koliek te hebben. De artsen slagen erin het koliekpaard te redden. De ruin mankeert niets. Wel blijft het tweetal nog een week in Utrecht ter observatie. Henk brengt de besmette baal naar de vuilverbranding. 'De oorzaak van deze ellende? Toen we in september aan het hooien waren, is er halverwege een buitje regen overheen gegaan. Een paar balen zijn dus nat geworden. De man die ze inpakte zei dat het niet uitmaakte, want dan was het gewoon kuilgras. We denken nu dat het misschien een combinatie is geweest van vochtig hooi en de resten van een dood prooidier, achtergelaten door een roofvogel.'
Botulisme bronnen
Botulisme is een vernietigende aandoening die optreedt wanneer een paard iets binnenkrijgt dat is 'vergiftigd' door de bacterie Clostridium botulinum. Het door deze bacterie geproduceerde gif maakt dat de zenuwen niet meer met de spieren kunnen communiceren, waardoor deze verlamd raken. Welke spieren bij paarden verlamd raken is afhankelijk van de hoeveelheid gif die door het lichaam wordt opgenomen. De botulisme bacterie op zich is ongevaarlijk. Sporen ervan tref je letterlijk overal aan. Ze kunnen wel tientallen jaren in het milieu aanwezig zijn zonder een vlieg kwaad te doen. Totdat een warm, vochtig en zuurstofarm milieu ze activeert. Zeg maar, daar waar iets broeit, vergaat of rot. Het eerste waar je dan als paardenhouder aan denkt is: kuilvoer. Inderdaad. In fermenterende, eiwitrijke kuil met een zuurgraad van boven pH 4,5 gaat de bacterie zich enthousiast vermenigvuldigen. Ze kan daarbij maar liefst zeven verschillende types neurotoxinen (zenuwgif) afscheiden, aangeduid als A tot en met G. Niet al deze stoffen zijn gevaarlijk voor paarden. De grootste boosdoeners zijn type A, B, C en D. Type A leeft in de grond, type B komt onder andere voor in niet goed geconserveerd kuilgras, type C vinden we meestal in rottend vlees en de uitwerpselen van vogels en type D treffen we onder ander aan in water dat is besmet door een dood dier. Er zijn nog een paar andere botulisme bronnen. Als een paard zich aan iets scherps prikt dat niet steriel is ontstaat een nauwelijks zichtbaar wondje dat snel heelt. De zuurstofarme omgeving waarin de bacterie zich dan bevindt is een ideale broedplaats. Ook in castratiewonden en navelstreng hernia reparaties waarbij de huid met krammen is gesloten, kan de botulisme bacterie actief worden.

Symptomen
De incubatietijd varieert sterk. Hoe meer toxine, hoe sneller het verloop van de ziekte. De snelst gemeten tijd is twaalf uur na blootstelling aan de besmettingsbron, maar het kan ook tien dagen duren voordat de eerste ziekteverschijnselen zich voordoen. Vroege symptomen van botulisme bij paarden zijn: verwijde pupillen en een afhangend bovenooglid. Ook paarden die ineens slechter gaan eten en slap tonen in de achterhand kunnen besmet zijn. Andere rode vlaggen zijn slikproblemen (overvloedig speekselen), voedsel laten vallen en een slappe, soms uit de mond hangende, tong. Ook de werking van het maag-darmkanaal vermindert of ligt stil, waardoor de mestproductie stopt. Verlamming van de benen begint met trillingen in de spieren van de voorhand. Liggende paarden komen eerst nog met moeite maar later niet meer overeind. In het laatste stadium liggen paarden op hun zij.
Behandeling en maatregelen
Botulisme is moeilijk te behandelen. Het succes van behandeling is afhankelijk van de hoeveelheid opgenomen gifstoffen en het stadium van de ziekte. Is het gif eenmaal in de zenuwuiteinden doorgedrongen dan kan geen medicijn de werking ervan nog terugdraaien. De prognose van paarden met botulisme is over het algemeen slecht. Als er eenmaal verlamming is opgetreden duurt herstel erg lang, omdat de verbinding tussen zenuwen en spieren opnieuw gevormd moet worden. Het is zaak zo snel mogelijk na de eerste verschijnselen de besmettingsbron te vernietigen, het paard goed ruwvoer voor te zetten, zodat het conditioneel niet verder achteruit gaat en het veel te laten drinken. Er bestaat een antiserum -helaas alleen tegen type C en D- dat het gif bindt in de bloedbaan, maar dit helpt alleen in het acute stadium van de ziekte, als de symptomen net begonnen zijn. Succes is echter niet verzekerd. Daarbij is het serum niet geregistreerd als diergeneesmiddel, dus het mag het alleen in nood worden gebruikt. Antiserum is via de dierenarts verkrijgbaar bij het CVI (Centraal Veterinair Instituut) in Lelystad. In overleg met de deskundige van het CVI wordt dan beoordeeld of behandeling met antiserum zinvol is. Het CVI kan ook met behulp van een laboratoriumtest op serum, ontlasting, lever en darminhoud van de besmette paarden de aanwezigheid van het gif aantonen. Met een indirecte test wordt de C. botulinum bacterie zelf aangetoond. Deze testen kunnen ook worden toegepast op de voedingsmiddelen om de bron van botulisme op te sporen.
Henk den Hond heeft uit het drama zijn conclusie getrokken. 'Ik voer voortaan alleen nog maar droog hooi!'
Dr. Cornélie Westermann, specialist Interne Geneeskunde bij Paarden aan de Faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht, nuanceert dit: 'Het meeste voordroog hooi en kuil is prima voer. De tips die ik kan geven zijn: bij twijfel (kuil of hooi dat schimmelig oog en/of stinkt) niet voeren.
Verder: voorzichtig zijn met het voeren van berm- en natuurhooi en bij het vermoeden dat besmet ruwvoer is gevoerd de dierenarts bellen. Deze kan dan het paard eventueel nog laxerend voeren.
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu