Rasportret Appaloosa - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Rasportret Appaloosa

Wetenswaardig > PAARDEN- EN PONYRASSEN
Wie kent het niet, het gespikkelde paard van Pippi Langkous of het gestippelde 'Indianen paard' dat in de circuspiste met een 'cowboy' op zijn rug acrobatische kunsten vertoont? Wie denkt dat het Appaloosapaard van Indiaanse herkomst is, heeft het echter mis.

Gevlekte paarden staan afgebeeld op rotstekeningen in prehistorische grotten in Frankrijk, we treffen ze aan op 2500 jaar oude Chinese kunstvoorwerpen. Ook in de Perzische schilderkunst uit de veertiende eeuw duikt dit decoratieve paard veelvuldig op. De vraag hoe dit oerpatroon van vlekken en stippen is ontstaan, is nog steeds niet beantwoord. Camouflage tijdens de ijstijd?
Via de Moren
In het jaar 756 trokken de Moren Spanje binnen en ze zouden er tot 1030 de dienst gaan uitmaken. De Mohammedaanse veroveraars brachten paarden mee die een enorm uithoudingsvermogen hadden. Geen wonder, want er stroomde Arabisch en Berber bloed door hun aderen. Sommige paarden waren gevlekt, overigens zonder zonder dat ze daar speciaal op gefokt waren. Ruim vijfhonderd jaar later namen Spaanse veroveraars paarden mee naar het pas ontdekte Amerika dat nog op de Indianen veroverd moest worden. Ook daar waren gevlekte paarden bij en de Indianen, veehouders en fervente ruiters, maakten er zo af en toe een paar buit. Het waren de Nez-Percé Indianen uit Idaho die de dieren tussen 1730 en 1830 op grote schaal fokten.

Daarbij legden ze hoge maatstaven aan. Het paard werd immers niet alleen voor het veedrijven gebruikt. Men trok ermee ten oorlog, ging ermee op jacht en nam ermee deel aan paardenraces. De paarden moesten daarom naast snel, intelligent en ook gehoorzaam zijn. Vast staat inmiddels wel dat de vlekken en stippen niet aan de creatieve geesten van holbewoners zijn ontsproten.
De stippel- en vlekkenpatronen verdwenen toen de ijstijd voorbij was en zijn pas in latere tijden weer tevoorschijn 'gefokt'. Op de vlektekening werd gefokt omdat die het visitekaartje van dit superieure ras was. Gedurende de zomermaanden verbleven de paarden in de weelderige weiden in de heuvels, in de wintermaanden trok de Nez-Percé stam naar de beschutte rivierdalen van de Sanke, de Palouse en de Clearwater.
Aan de rivier de Palouse dankt het gespikkelde paard zijn naam. Een Palouse (in het Engels: a Palouse) werd in de volksmond tot Appaloosa. In 1877 werd vrijwel de gehele Nez-Percé stam door de blanken uitgeroeid. De overgebleven stamleden moesten hun paarden verkopen. De blanken hielden er lang niet zo'n streng fokbeleid op na als de Indianen en de Appaloosa dreigde door vermenging met o.a. Quarter horses op te gaan in de vergetelheid.
Bonte mengeling
Pas in 1938 besloot een groepje Amerikanen in een nostalgische bui het originele jacht- en krijgspaard van de Nez-Percé weer in ere te herstellen. Ze slaagden erin een aantal hengsten met zuivere bloedlijnen op te sporen en richtten een stamboek op. Die eerste hengsten zijn de stamvaders van de huidige, Amerikaans/Canadese Appaloosa. Dat de populariteit stijgende is, mag geen wonder heten. De Appaloosa is immers een uitstekend Western Horse. Appaloosa's zijn er in alle mogelijke 'vlekkenvariaties': luipaard- of panterbont (wit met vlekken in diverse kleuren), sneeuwvlokkenbont (donker met witte vlekken), schabrak- of dekenbont (een donkergekleurde voorhand en een witte achterhand, met of zonder vlekken), marmerbont (een donker stekelharige ondergrond met vage vlekken in allerlei kleuren) en Few Spot (wit of lichtgrijs met kleur in de liezen, achter de elleboog, onder de hals, op de onderbenen en in staart en manen). Het Nederlandse stamboek, opgericht in 1967, maakt het nog 'bonter'.
Het is een ware smeltkroes van gevlekte paarden en pony's. Daaronder Shetlanders, Welshes, KWPNers en NRPSers met vlekkenpatronen, die om die reden als Appaloosa te boek staan. Het fokdoel is het verkrijgen van correcte, rijtypische gevlekte paarden en pony's die zich lenen voor sportieve en recreatieve doeleinden. Ook alle stokmaten zijn toegestaan, van de minimaat vanaf ca 75 cm tot de grote maat ca 1,70 m. De vlekken kunnen ofwel toevalstreffers zijn, ofwel ingebracht door 'vlekstabiele' rassen als de Deense Knabstrupper en de Oostenrijkse Noriker. Zodra de ouders kleurvast zijn, beginnen de fokkers aan de volgende stap: het veredelen met goede sportpaarden. Resultaat: een gevlekt sport- en recreatiepaard. Een beetje apart, maar wel helemaal in lijn met onze multi-culturele samenleving.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu