Het raadsel PPID - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Het raadsel PPID

Wetenswaardig > GEZONDHEID
Sinds enige tijd heet de ziekte van Cushing bij paarden Pituitary Pars Intermedia Dysfunction (PPID). De nieuwe naam van deze hormonale aandoening gaat vergezeld van een intensief onderzoekstraject. Wat blijkt uit de eerste resultaten? PPID treft ook jongere paarden...
De ziekte van Cushing komt ook bij mensen en honden voor. Uitingsvorm bij mensen is de aanmaak van teveel cortisol, het stress hormoon. Boosdoener is een meestal goedaardig gezwel op de hypofyse. Als gevolg van het gezwel maakt de hypofyse teveel bijnier-schorsstimulerend hormoon (ACTH).
Andere veroorzakers: een bijnier-adenoom (goedaardige tumor) of langdurig gebruik van prednison. Cushing komt niet vaak voor. Zo'n 50 mensen per jaar krijgen ermee te maken. Er is ook nog zoiets als het 'syndroom' van Cushing. Daaronder vallen alle klachten die voortvloeien uit langdurige blootstelling aan teveel cortisol in het bloed. Ook bij honden komt de ziekte van Cushing voor. Met name kleine hondenrassen zijn er gevoelig voor. Bij hen wordt eveneens teveel cortisol aangemaakt in de bijnieren en kan er sprake zijn van een tumor in de hypofyse of een gezwel in de bijnieren. Er een goedaardig of kwaadaardig gezwel vanuit de bijnieren. Zowel bij mensen als honden is de diagnose lastig te stellen, door gebrek aan een test die 100% betrouwbaar is.
Hormoonhuishouding
PPID bij paarden heeft ook met de hypofyse te maken, maar dan op een andere manier. Laten we eerst eens een kijkje nemen in de wereld van de hormonen. Hormonen regelen de aanpassingen aan de vier seizoenen en de daarbij behorende verschillen in temperaturen.
Denk aan de tijdige aanmaak van een wintervacht en het afstoten ervan op het juiste moment. Hormonen bepalen eveneens de vachtpigmentatie, remmen ontstekingen, zorgen voor een evenwichtige suiker-, eiwit- en vetstofwisseling, de afgifte van darmsap, pijnstilling, de eisprong bij de merrie en nog veel meer. 

Het 'hormonen regelcentrum' van een paard wordt gerund door het driemanschap hypothalamus, hypofyse en de bijnieren. Samen regelen zij de afgifte van exact de juiste hoeveelheden hormonen op exact de juiste momenten. Hoe ze dat doen? Zenuwen in de hypothalamus maken het stofje dopamine aan en dirigeren dit naar de midden kwab (pars intermedia) van de hypofyse. Vanuit de midden kwab reguleert dopamine de aanmaak en afgifte van de benodigde hormonen. De dosering luistert heel nauw: niet teveel, niet te weinig. Een van die hormonen is ACTH, voluit adrenocorticotroop hormoon. De hypofyse scheidt ACTH uit om de productie van hydrocortison, oftewel cortisol in de bijnieren te stimuleren. Cortisol is belangrijk voor de regulatie van de stofwisseling (glucose, eiwit en vetten), onderdrukking van de immuunrespons en regulatie van de bloeddruk.
Zieltogende zenuwen
Bij een paard met PPID gaan de zenuwen in de hypothalamus in kwaliteit achteruit. Hoe dat precies komt, is vooralsnog een raadsel. Door het afsterven van de zenuwen loopt de afgifte van dopamine aan de hypofyse steeds verder terug. Als gevolg daarvan valt de remming van de hormoonproductie in de middenkwab weg. Hij zwelt op en begint ongecontroleerde hoeveelheden hormonen af te geven. Ook de bijnieren gaan teveel cortisol afgeven. In het lijf van het paard beginnen de dominostenen een voor een om te vallen. Het jongste paard ooit dat PPID bleek te hebben was nog maar 7 jaar oud. Het is dus goed om attent te zijn op dingen die anders zijn dan anders. De eerste tekens aan de wand zijn prestatieverlies en lusteloosheid. Het paard lijkt ineens veel braver te worden. Ook lichamelijk verandert er het een en ander. De spieren verslappen; het paard krijgt een beetje een hangbuik. De rug wordt kaler en zelfs de vachtkleur kan veranderen. Het paard komt moeilijker door de wintervacht heen dan anders en her en der blijven plukken langere haren staan, terwijl op andere plaatsen, met name boven de ogen, vetophopingen ontstaan. Ook kieswortelontstekingen komen voor. Daarnaast plast en drinkt het paard ongewoon veel. Naarmate het ziekteproces voortschrijdt, begint de natuurlijke weerstand af te nemen, waardoor het paard gevoeliger wordt voor allerlei ontstekingen.

Link met Parkinson?
De reden van de naamsverandering is dat de ziekte van Cushing ook bij mensen en honden voorkomt. Bij hen is eveneens een falende hypofyse de boosdoener. Alleen slaat bij hen niet de middenkwab op hol, maar vormen zich in de voorkwab of in de bijnieren tumoren. Dit veroorzaakt voor een deel dezelfde ziekteverschijnselen als bij paarden met PPID. Hoewel mensen en honden geen 'seizoens breeders' zijn en ze zich niet met paarden laten vergelijken, is een aantal humane artsen bovengemiddeld geïnteresseerd in PPID bij paarden, omdat ze een relatie zien met de ziekte van Parkinson. 
Bij PPID sterven de zenuwcellen af, net als bij Parkinson patiënten. Waarom vallen zenuwen uit? Dat is wat artsen willen weten. In 2013 gaf het farmaceutische bedrijf Boehringer Ingelheim in de maanden augustus, september en oktober – de maanden waarin deze hormonen het paard ook voorbereiden op het winterseizoen - het actiefst zijn en verschillen het best aan te tonen - een gratis bloedtest uit waarmee dierenartsen bij gebruikspaarden PPID konden aantonen.
Het bedrijf herhaalde deze actie in dezelfde maanden van 2014. Inmiddels stroomt er een vracht aan gegevens binnen. Bij de eerste serie tests uit 2013 springen vachtveranderingen en hoefbevangenheid eruit. Hoefbevangenheid - op welke leeftijd dan ook - zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak (het eten van te veel energierijk voedsel, overgewicht, overbelasting, diarree, het gebruik van bepaalde medicijnen, een stukje nageboorte dat niet loskomt), kan duiden op PPID-in-wording. In alle gevallen van hoefbevangenheid is het verstandig de dierenarts te vragen een bloedtest af te nemen, want PPID mag dan een progressieve (lees: ongeneeslijke) ziekte zijn, er is inmiddels medicatie op de markt die de klinische symptomen ervan succesvol bestrijdt. 
Maar ja, symptoom-bestrijding is altijd een lapmiddel. De oorzaak of oorzaken van een aan-doening achterhalen is veel nuttiger, omdat je daarmee echt een genezingsproces op gang kunt brengen of de veroorzaker(s) achterhalen en elimineren, zodat het paard niet eens ziek hoeft te worden.
Tot nu toe geldt echter: hoe vroeger je met de bestaande medicatie begint, des te beter, want de medicatie zorgt er ook voor dat de middenkwab niet groter wordt. Bij een niet behandelde PPID blijft de middenkwab groeien.

Daardoor kunnen ook de omliggende structuren in de knel komen, met alle gevolgen vandien. De medicatie, die levenslang moet worden toegediend en het paard definitief ongeschikt voor consumptie maakt, vermindert de uitscheiding van hormonen door de midden kwab, waardoor de paarden weer beter in hun vacht komen, meer spiermassa krijgen, weer alerter worden en minder gevoelig zijn voor hoefbevangenheid en secundaire infecties. 

PPID, IR (insulineresistentie) of EMS (equine metabool syndroom)?
Er is nog een andere gegronde reden om paarden met 'verdachte klachten' te laten testen op PPID. Sommige klinische symptomen van PPID komen namelijk overeen met de verschijnselen die jongere paarden met IR (insulineresistentie) of EMS (Equine Metabool Syn-droom) vertonen. Hoefbevangen-heid, lokale vetopho-pingen en insuline resistentie zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Er zijn ook verschillen. Paarden met EMS worden niet magerder maar zijn juist dikker en vertonen geen vachtveranderingen. Om erachter te komen of een jonger paard met IR alleen IR heeft dan wel op weg is naar EMS of PPID zul je toch echt de bloedtest moeten laten doen.
Zowel voor IR als EMS geldt dat je deze aandoeningen, die tot een afwijkende stofwisseling leiden, buiten de deur kunt houden door ervoor te zorgen dat de hoeveelheid en het type voeding altijd in relatie staat tot de hoeveelheid energie die het paard nodig heeft om vrolijk, gezond en vitaal te blijven en zijn werk goed te kunnen doen, terwijl PPID levenslang blijft bestaan en in principe progressief is. Met andere woorden: het proces schrijdt voort, met alle ellende van dien. 
Paardwaardige verzorging
In het algemeen geldt dat paarden het langst gezond en vitaal blijven als de paardenhouder ze optimaal verzorgt. De vraag is: wat is de optimale manier van paardenhouden? Een voorbeeld uit de praktijk. Een paardenhouder zegt: 'Onze paarden werken knoerthard.'Als je dan vraagt hoelang de paardenhouder met de paarden werkt, antwoordt deze: 'Nou, eerst de warming-up en dan moeten ze drie kwartier aan het werk, en dan nog een half uur cooling-down. Dat maakt bij elkaar drie uur werken en dan gaan ze 's avonds nog een keer in de stapmolen.'
Dit is dus niet hard werken. Paarden in de vrije wildbaan zijn bijna continu in beweging en bewegen ook nog eens op heel veel verschillende manieren. Menig mens mocht willen dat hij op die manier hard moet werken. Twee uur per dag er flink tegenaan en dan nog een uur een beetje rondstappen. 

En dan krijgen die paarden die zo quasi hard moeten werken ook nog een een extra portie krachtvoer, terwijl paarden eigenlijk alleen maar ruwe vezels behoren te krijgen. 'Ja, maar als ze alleen maar gras vreten, krijgen ze een dikke grasbuik en dat kan niet.' Wij mensen kunnen dat wel vinden, maar een paard is een paard. Het is gebouwd op: hapje stapje, de hele dag door. Vijftig jaar geleden stonden onze paarden veertien uur lang voor een kar. Die paarden mag je wel volstoppen met scheppen haver, zou je zeggen. Niet dus. Ze kregen een extra schepje haver, verkeerden in tip top conditie en konden hun werk prima aan. Veelzeggend is het verleden van Elsje, die in paardenrusthuis De Paardenkamp op de gezegende leeftijd van vijftig jaar haar laatste adem uitblies. In haar werkzame leven trok Elsje jarenlang de huifkar waarmee kinderen door dierenpark Amersfoort konden rijden! Veel beweging en liefdevolle aandacht doen blijkbaar wonderen.

De grasbuikmythe kunnen we ook ontzenuwen. Paarden krijgen alleen een grasbuik als er onregelmatig voeding beschikbaar is. Hun gestel interpreteert dit als: slechte tijden op komst en vertelt hen extra veel te eten.
Leven met een PPID paard
Voor een PPID paard is een zorgvuldige verzorging op alle fronten extra belangrijk, omdat hun natuurlijke weerstand toch al een knauw heeft gehad. Kennis van zaken is onontbeerlijk, evenals regelmaat in alles. Minimaal 2 maal per jaar het paard door de dierenarts laten controleren, tijdige gebitsverzorging, tijdig bekappen, tijdig ontwormen, tijdig de medicijnen toedienen, tijdig vaccineren, tijdig de vacht scheren, een uitgekiend voedingsregime dat erop gericht is het paard op gewicht te houden en mogelijk wat extra E (antioxidant) en vitamine B6 en 12. Deze vitaminen ondersteunen het optimaal functioneren van de zenuwen, maar worden minder goed aangemaakt door de darmflora bij oudere paarden. 

De verdere verzorging is afhankelijk van hoe het paard zich gedraagt. Een kwestie van goed in de gaten houden. Dat kan tijdens het voeren, maar ook tijdens het borstelen of de laatste ronde. Verder kan het geen kwaad om de leefwijze van een PPID paard zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de natuurlijke leefwijze van het paard. Langdurig verblijven in grazige weiden is uit den boze. Ook meedraaien in de wedstrijdsport is niet meer mogelijk, omdat het medicijn tegen PPID op de lijst staat van niet toegestane middelen. Elke dag een eind wandelen aan de hand is helemaal goed. Zowel voor het lichaam als voor de geest. 

Ook het samenzijn met soortgenoten zorgt voor een stukje beweging. Ideaal is een paddock paradise, waarin paarden continu heen en weer pendelen tussen verschillende hoopjes hooi en elkaar verdringen bij de lekkerste hapjes. Dat soort activiteiten zijn lichtpuntjes in het leven van een PPID paard. Sterker nog, het zijn lichtpuntjes in het leven van elk paard, want wie weet... Hoewel vooralsnog niet bewezen, zou een aantal aandoeningen waar paarden aan lijden, PPID incluis, wel eens meer te maken kunnen hebben met onwetendheid (uit goedheid) dan we beseffen. Nader onderzoek zal dit moeten uitwijzen.
Vroeger was er voor paarden geen geregistreerd medicijn tegen PPID. We schreven een recept uit en paardeneigenaren konden dan pergolide bij de apotheek halen. Sinds oktober 2012 is er een diergeneesmiddel voor de behandeling van PPID bij paarden geregistreerd, onder de naam Prascend.
Prascend wordt eenmaal daags gegeven. De meeste paarden verdragen dit middel goed.

Indien een groot paard deze medicatie nodig heeft, bedragen de kosten ongeveer 1,60 per dag. Hierbij gaan we uit van het gemiddelde van 1 tablet per dag. Ponies zitten meestal op de halve of op een kwart tablet per dag. Het duurt vaak een tijdje voordat het effect van de behandeling zichtbaar is en het paard weer terugkeert naar zijn normale uiterlijk. Qua gedrag laat het paard sneller (soms al in dagen) een verbetering zien; de sloomheid verdwijnt. Bij de meeste paarden treedt verbetering op tussen 6 -12 weken na het starten van de behandeling. Gemeldde bijwerking van het medicijn is een tijdelijk verminderde eetlust.
Voorzetje
Paardenwaarden speurt achter de schermen naar de mogelijke oorzaken van PPID. Een wetenschappelijk onderzoek kunnen we niet betalen, dus pakken we het anders aan. In plaats van te kijken naar wat alle paarden met PPID met elkaar gemeen hebben, gaan we op zoek naar paarden die niet gevoelig zijn voor PPID. Zijn die er?

Onze eerste 'hunch': zouden vrij rondstruinende koniks het hebben? Wij hebben zo'n idee van niet of zeer zelden, want we vermoeden dat PPID een relatie heeft met de manier waarop wij paarden houden en voeden, inclusief het blijven toedienen van rijk voer in de winter, terwijl de paarden in de natuur vermageren en wellicht daardoor detoxen (geen wetenschap, wel een vermoeden). 
Ook trainingsmethoden en de manier van houden (weinig sociaal contact met soortgenoten, slecht geventileerde stallen e.d) kunnen een factor zijn en wat te denken van de vaccinaties die paarden krijgen?

Een beheerder van een nieuw natuurgebied wil wel meewerken, maar dat betekent 'bloed afnemen' bij een fiks aantal koniks van zeg maar boven de 15. Inmiddels hebben we informatie gekregen over het aantal oudere dieren in de natuurgebieden van de beherende organisatie. Het zijn er helaas te weinig voor ons doel, omdat de organisatie actief regulerend optreedt en de oudere dieren er het eerst uitgaan.

Moederland Polen
Onze blik richt zich nu op Polen, waar de eerste koniks vandaan komen en waar ze nog steeds gefokt worden, zowel in stallen als in het vrije veld. Onze contactpersoon is de dochter van de konik specialist bij uitstek: Zbigniew Jaworski. Zij is dierenarts en vertelt ons dat er maar 1 konik is die de uiterlijke verschijnselen heeft van PPID: een 31-jarige ruin uit de stalgroep. Haar vader is nu de eigenaren van vrij levende koniks in Polen aan het ondervragen. Komt hij met het bericht dat vrij levende koniks nauwelijks tot geen PPID krijgen dan melden we ons bij de GD, alle organisaties voor paardenwelzijn, de Faculteit Diergeneeskunde, de voedingsindustrie en enkele farmaceutische bedrijven, want wellicht kunnen we dan fondsen vrijmaken voor een onderzoek op vrij levende koniks in Nederlandse natuurgebieden. Als minder dan de gebruikelijke 20 a 30 procent PPID blijkt te ontwikkelen, zijn we misschien iets op het spoor en kan iemand hier zij/haar proefschrift van maken. Ondertussen gaat de speurtocht door, via weer andere wegen. Mogelijk zijn er mensen die weten of bv przewalskipaarden in Mongolië PPID hebben, of Camargue paarden of andere populaties vrij levende paarden (Exmoors? Dartmoors? Fell pony's, Fjorden, Shetlanders in natuurgebieden?)
We roepen nu iedereen met een paddock paradise en/of bewegingsstal (en oudere paarden) op ons PPID gevallen te melden. Hoeveel procent van de paarden in een paddock paradise ontwikkelt PPID? Deze paarden hebben immers frisse lucht, beweging en sociaal contact. Als dit factoren zijn die meespelen moet zich dat vertalen in lagere percentages. (bij voldoende aantallen) Doet het dat niet, dan blijven voeding (waar dit vandaan komt - land van herkomst maar ook bodemgesteldheid-), hoe het geproduceerd wordt en hoe het aangeboden wordt) over. Voeg daaraan toe trainingsmethoden en zaken zoals bitten, zadels en hoefijzers en vaccinaties. We kunnen dan mensen met blote voetenpaarden uitvragen. Zo kunnen we langzaam inzoemen op de mogelijke boosdoender. Facebook en de vrienden-community kan hierin een grote rol spelen, want Passe Partout zong het al: de wijsheid die wij wensen leeft onder alle mensen... 
Edith Wiersma-Arts meldde al dat ze met haar techniek Body Balance Re-activation haar PPID-paard heeft bevrijd van zijn krullenvacht en steeds weer opspelende ontstekingen, waar-onder hoefbevang-enheid. We gaan onderzoeken waar zij zich precies op focust en de daaruit voortvloeiende kennis ook met jullie delen.
Enkele meningen die ons al hebben bereikt. Stof tot nadenken...

Puur Paardenvoer schrijft:
Ik ben ervan overtuigd dat PPID een "welvaartsziekte" is. Vroeger kwam dit nauwelijks voor. Voeding speelt daar denk ik zeker een rol in. We zullen paarden in gevangenschap nooit kunnen geven wat ze in de vrije natuur krijgen. We kunnen wel ons best doen om te streven naar de meest natuurlijke omstandigheden.
Natuurlijke huisvesting, natuurlijk hoefbekappen, natuurlijk voeren.
Remco Sikkel schrijft:
Het kwam vroeger zeker ook voor. Het verschil is dat we de klinische verschijnselen van PPID niet langer toeschrijven aan het normale verouderingsproces. De bereidheid van paardeneigenaren om de gezondheid van oudere paarden te bewaken en te verbeteren is de laatste jaren ook flink gestegen. Bovendien is er meer aandacht vanuit de veterinaire wetenschap voor PPID ontstaan. De resultaten daarvan zijn nu voor een breed publiek toegankelijk waardoor we meer oog hebben voor PPID. Ook is de diagnostiek verbeterd waardoor het lijkt alsof er meer paarden met PPID zijn.

Inge van der Woude schrijft:
Denk dat het vrij moeilijk is om 1 ding als oorzaak aan te geven daar de leefomstandigheden van veel paarden dusdanig verschillen dat je niet alles kunt vergelijken. Denk zeker wel dat het voeren van commerciele voeders een rol speelt, maar ook de invloeden van buiten af de vervuiling van onze aarde zullen zeker invloed hebben op dit hele verhaal.
Ga je kijken naar bijv. mongoolse paarden, kijk dan ook eens naar de luchtvervuiling aldaar en de vervuiling van de grond. Ik denk dat het een heel ingewikkeld verhaal wordt en je het onderzoek zou moeten inperken om het overzichtelijk te houden. Ga je kijken bij ons kleine landje dan denk je dat de "vrije" paarden in bijv. de OVP het goed hebben, lees: geen stress van onze menselijke trainingen. Ze hebben daar wel andere stress namelijk te veel dieren op een te klein oppervlak. Dat geeft ook mentale stress, buiten het nog te kort hebben aan eten. Ook hier kun je niet alles over 1 kam scheren. Bij de ecir groep zit ontzettend veel kennis die zeer nuttig zouden kunnen zijn. Er zijn ook hele data bases die ook zeker kunnen helpen. ik denk dat dat heel belangrijk is, en dat je dit ook duidelijk moet vermelden in je onderzoek waarom je voor dit stuk hebt gekozen, zodat het onderbouwd is. En wie weet triggert het ook andere mensen om dan misschien een ander deel te onderzoeken. Zo verlaag, verdeel of verspreid je de kosten en tijd .Honden kunnen het trouwens ook krijgen....Zou het wellicht o.a beinvloed worden door voeding? Door alle gemodificeerde zooi?? Als je kijkt op een gemiddelde verpakking en je geluk hebt dat het er op staat, zie je vaak gemod. mais, soja enz. staan...

Josepha Guillaume schrijft:
Ik denk dat er meerdere pijlers zijn: 1. fokkerij 2. voeding vanaf geboorte 3. bodem 4. manier van gehouden worden 5. voetonderhoud en stand 6. training en beweging.

Catherine Steyaert schrijft:
Vragen lijst opstellen met vermoedelijke factoren, doorgeven aan en laten invullen door dieren artsen bij gevallen van cushing? Onderzoek bij universiteiten, thema voor thesis?

Ulrike Thiel schrijft:
Hebben jullie ook eraan gedacht bij de paarden in Dülmen (in de buurt van Warendorf) te informeren?

Kim Stoorvogel schrijft:
Ik wil even kwijt dat ik denk en een vriendin van mij ook, die vaak paarden test dmv een alternatieve therapie genaamd Ondevit, dat er een aanwezige kans bestaat dat het te maken kan hebben met de grote hoeveelheid vaccinaties die we onze paarden geven. In de vaccinaties zitten vreselijke gifstoffen. Gifstoffen slaan zich op in vetweefsel en zeker jonge dieren hebben daar nog niet veel van. Het gif gaat dan naar het hersengebied waar het opgeslagen wordt omdat de hersenen uit vetachtig weefsel bestaat. Het lichaam kan gif niet verwerken of uitscheiden en daarom wordt het opgeslagen. Onze kinderen hebben tegenwoordig ook heel vaak last van allerlei ziekteverschijnselen zoals adhd en autisme, wat misschien gerelateerd kan worden aan de gifstoffen die zich in de hersenen hebben opgeslagen. Vergis je niet wat we onze baby's aan troep inspuiten op een leeftijd waar het immuumsysteem nog niet eens ontwikkeld is. Mijn paard heeft ook ppid en op onze stal werd 2 x per jaar geënt. Mijn paard is ontzettend gevoelig kwa karakter, maar ik denk dat de hoeveelheid troep die ze binnen heeft gekregen eraan bij heeft gedragen dat ze nu ppid heeft.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu