Rasportret Fjord - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Rasportret Fjord

Wetenswaardig > PAARDEN- EN PONYRASSEN
Volgens een minstens 800 jaar oude overlevering schonk de Noorse god Odin, oppergod der Vikingen, aan zijn scheppingen ‘moeder nacht’ en haar zoon ‘dag’ twee paarden met karren, waarmee ze zich langs de hemelboog spoedden. Elk in twaalf uur tijd, om de wolven voor te blijven. Als eerste vertrok ‘nacht’, voortgetrokken door het paard Hrimfakse, van wiens schuimende mond de ochtend-dauw spetterde. Daarna nam ‘dag’ het van haar over met zijn paard ‘Skinfakse’, van wiens manenboog het ochtendlicht afstraalde. De paarden uit deze eeuwenoude mythe zijn vrijwel zeker Fjordenpaarden.

Veelzijdigheid troef
Afstammelingen van dit bijzondere paardenras tref je heden ten dage overal aan, ook in Nederland: voor de huifkar, in de manege en als rijpaard voor gehandicapten. Net als Koniks En IJslanders begrazen Fjorden sommige gebieden die aan de natuur zijn teruggegeven. Dat is niet zo vreemd, want het Fjordenpaard en de IJslander schijnen een gemeenschappelijke voorouder te hebben.
Fjordenpaarden in het wild kun je zien op de slikken van het Zeeuwse Overvlakkee. Daar loopt een grote kudde die vanaf de N59 te zien is. Ook in het gebied “Meijendel”, behorende tot het Duinwater-bedrijf Zuid-Holland, kun je kuddes Fjordenpaarden in het wild bewonderen.

Oerkleuren
Het Fjordenpaard vertoont verrassend veel overeenkomsten met het Mongoolse Przewalskipaard en de Poolse konik, restjes nog levende ‘oer-paarden’: de grote bos manen, die overigens uit zichzelf hangt maar door de meeste Fjordenhouders in een fiere rechtopstaande boog wordt geknipt, de geelachtige kleur op een zwarte huid die ‘isabel’ wordt genoemd, de zogenaamde aalstreep, een donkere streep die van de maantop af tot in de staart doorloopt en de zebrastrepen rond en op de gewrichten. Maar daar houdt het ook op.
Przewalskipaarden zijn nog zo ontembaar dat ze zich niet laten domesticeren. Daarom kunnen ze alleen kunnen worden ingezet als begrazers van nieuwe natuurgebieden. Dat gebeurt overigens maar mondjesmaat, want de meeste Przewalski-paarden zijn inmiddels teruggebracht naar hun land van herkomst: Mongolië. Ook koniks, die een stuk toeschietelijker zijn, tref je hoofdzakelijk in nieuwe natuurgebieden langs de uiterwaarden van de grote rivieren ( Rijn, Waal en Maas) aan, waar ze de vegetatie in toom houden, samen met Galloway runderen en Rode Geuzen, ook een runderras dat het hele jaar door buiten kan blijven. Fjordenpaarden daarentegen, zijn echte werkpaarden die zich graag voor hun eigenaren uitsloven!
Van de bergen naar het vlakke land
Zo’n veertig jaar geleden doken de eerste Fjordenpaarden in ons land op. Vóór die tijd hadden de boeren hun land bewerkt met paarden afkomstig uit Oost-Europese landen. Ook verdienden ze een centje bij met de verkoop van beleerde werkpaarden aan de grotere boerenbedrijven.
Na de tweede wereldoorlog was van dit alles geen sprake meer. Met het oprukkende communisme was de invoer van paarden uit de Oost-Europese landen zo goed als onmogelijk geworden. Bovendien schakelden de grotere boerenbedrijven al snel over van werkpaarden op trekkers. De kleinere zagen zich genoodzaakt uit te kijken naar een ander werkpaardenras. Dat werd de stoere, niet al te grote Fjord met z’n korte stevige benen en z’n grote uithoudingsvermogen. De eerste Fjorden werden overigens niet uit Noorwegen gehaald, maar uit het veel dichterbij gelegen Denemarken, waar ze toen al op grote schaal gefokt werden. Dat was goedkoper en bovendien waren de Deense Fjorden aangepast aan ons mildere klimaat. Om achter de ontstaans-geschiedenis van het Fjordenpaard te komen, richten we onze blik op zijn land van herkomst: Noorwegen.
Onherbergzaam
In het woordenboek staat bij FJORD: ‘diepe insnijding van de zee, grillig verlopend, in rotsachtige kusten’. In wezen is het westen van Noorwegen één en al kust, 2600 km lang en tien maal groter dan Nederland. Het ruige berglandschap, bespikkeld met naaldwouden en doorkliefd met kolkende stromen van gletsjerwater dat zich in woeste watervallen van de rotsen stort, is een Walhalla voor liefhebbers van puur natuur en stilte. De meeste van de bijna vijf miljoen inwoners wonen dicht op elkaar aan de Zuidkust. Ze verdienen de kost met de visvangst, de bosbouw en de schapen- en geitenfokkerij. Aangenomen wordt dat het Fjordenpaard er al vóór onze jaartelling was. Hoe anders kon men het hout uit de zo goed als ontoegankelijke bossen verslepen? Hoe anders kon men de piepkleine stukjes land hoog in de bergen bewerken? Hoe anders kon men goederen van boven naar beneden en vice versa transporteren dan met behulp van een door en door betrouwbaar paard en dat was het geharde Fjordenpaard.
De karjol was het voertuig van de beter gesitueerden, waaronder doktoren en ambtenaren, die veel profijt hadden van deze snelle ‘Porsche’ onder de rijtuigen. Men kon er de meest onherbergzame oorden mee bereiken, uiteraard alleen in de zomerperiode. In de winter werden sleden gebruikt. 
In schriftelijke verslagen van leden van koningshuizen kan men lezen hoe deze zonder pardon uit hun relatief ‘lompe’ rijtuig werden ‘gepeld’ en per karjol van het ene naar het andere oord werden vervoerd. De luxe rijtuigen die ze gewend waren, zouden de barre tocht over hobbelige wegen nooit hebben overleefd! Karjolen werden in die tijd ook veel ingezet op zogenaamde skyssroutes, te vergelijken met de busroutes van tegenwoordig. Men kon een karjol-met-Fjordenpaard ook huren. Achterop de karjol reisde dan steevast een jong knulletje mee. Als de reiziger het traject van A naar B had afgelegd, stond daar een ‘frisse’ aanspanning voor hem klaar. Of een stevige maaltijd en een warm bed, al naar gelang de lengte van het traject. De dag daarop reisde hij dan verder met de nieuwe aanspanning. De jongetjes achterop hadden de taak het paard te verzorgen en de aanspanning weer naar het vertrekpunt terug te brengen. Dat men deze verantwoordelijke klus aan een kind durfde toe te vertrouwen, zegt alles over de aard en de intelligentie van het Fjordenpaard! De karjol zelf is een bijzonder vernuftig stukje rijtuigbouwkunst, perfect aangepast aan de omstandigheden.
De karjol beschikt over twee lange buigzame armen die als vering dienen. Gewone’ veringen zouden het namelijk op de hobbelige wegen eenvoudigweg begeven. De koetsier zelf zit laag. Hij kan nauwelijks over de oren van het paard heen kijken. Dit maakt het zicht naar voren slecht, maar het komt de veiligheid ten goede.
Zou het paard namelijk struikelen op een helling naar beneden, dan vliegt de passagier er niet uit en maakt een salto mortale maar komt in rechtopstaande positie terecht, staande op de voetenplank. Remmen heeft het rijtuig niet. Het Fjordenpaard ervoor krijgt bij afdalingen gewoon de vrije teugel en bepaalt zelf hoe het met rijtuig en al het beste vanaf de steile helling naar beneden kan gaan. Ook de tuigen die door de Noren gebruikt werden, weken af van die in andere landen. Ze waren net als het Fjordenpaard, sober en eenvoudig. Dat moest ook wel, want als het vroor dat het kraakte, was het zaak zo snel mogelijk in- en uit te spannen. Het liefst voordat de vingers zo stijf werden dat ze bevroren! Daarom vergt het opleggen van een Noors tuig weinig handelingen. Zo heeft het zo min mogelijk gespen. Het leidsel bijvoorbeeld, zit met een metalen clip aan het bit. Er wordt ook niet aan de strengen getrokken, maar rechtstreeks aan de bomen. De karjol heeft twee enorme houten wielen. Dat geeft het rijtuig een laag zwaartepunt, waardoor het altijd weer op z’n ‘pootjes’ terechtkomt na een luchtsprong, veroorzaakt door een oneffenheid in de weg. Het weegt niet zwaarder dan een kruiwagen(!).
In Noorwegen wordt het Fjordenpaard “Vestland-hest” genoemd: paard uit het westen. Daar wordt het al eeuwenlang door boeren gefokt als gebruikspaard. Tot op de dag van vandaag doet het Fjordenpaard in Noorwegen dienst als ‘transportmiddel’. Langs akelig steile bergpaden banen ze zich met zware lasten op hun rug een weg naar hoger gelegen bergboerderijen. Daarbij trotseren ze schijnbaar moeiteloos spiegelgladde bemoste stenen, doornig struikgewas en hindernissen die zijn opgeworpen door lawines. Bevelen of aanwijzingen van hun eigenaren zijn niet nodig, ze vinden zelf hun weg... In de Noorse toeristenindustrie draait de Fjord al minstens 100 (!) jaar volop mee! In het Briksdal worden toeristen in stoelkarren met Fjordenpaarden ervoor, vanuit het dal naar de voet van de indrukwekkende Briksdalgletsjer vervoerd door de boeren in het dal, die daar in het zomerperiode een dikbelegde boterham mee verdienen.
En dan te bedenken dat het Fjordenpaard lange tijd de spreekwoordelijke ‘profeet in eigen land’ is geweest. Als je naar Noorwegen ging en belangstelling toonde voor het dier, keek men je aan met zo’n blik van: Je interesseert je toch ook niet voor het paard van de schillenboer?
Als gevolg daarvan zijn er veel meer Fjordenpaarden in Denemarken, Nederland, Duitsland en zelfs in de Verenigde Staten dan in Noorwegen zelf. Ook de kwaliteit van de aldaar gefokte Fjorden is vaak beter dan die in zijn land van herkomst. Maar de waardering voor dit stoere paard met alle kenmerken van het oerpaard is weer stijgende, mede dankzij de ‘Stichting Fjordhorse International’, gezeteld in het plaatsje Nordfjordeid, waar jaarlijks de hengstenkeuringen plaatsvinden. Het Fjordenpaard is wat deze stichting betreft het Nationale Symbool van Noorwegen. Prima idee, toch?
Sledevaart met Fjorden en Döle paarden
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu