je paard een zo comfortabel mogelijk leven gunnen - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

je paard een zo comfortabel mogelijk leven gunnen

Wetenswaardig > WELZIJN
Het ergste wat je een paard kunt aandoen is het vermenselijken. De natuurlijke behoeften van deze populaire diersoort verschillen namelijk hemelsbreed van de onze. Deze pagina verschaft kennis over hoe een paard de wereld om zich heen ervaart, hoe het leert en hoe je daar als paardenhouder profijt van kunt hebben zonder het paard zijn eigenheid te ontnemen. 

Een paard is geen Homo sapiens. Het paard is een prooidier dat voor zijn overleving afhankelijk is van zijn oplettendheid, alertheid, snelheid, kracht en conditie. De alertheid van paarden is het logische gevolg van een ingebakken stukje paardenwijsheid. De paardenervaring heeft immers geleerd dat levende wezens met ogen aan de zijkant van de kop collega prooidieren zijn en dus ongevaarlijk. Daarom geeft een paard geen krimp als er een kudde koeien langs komt schommelebommelen. Levende wezens met dicht bij elkaar staande 'gluurogen' en sluipgedrag zijn roofdieren, dus uitkijken geblazen! Paarden zijn meesters in 'uitkijken'. Dat zie je aan de zebra’s in Afrika, die weten wanneer een roofdier verzadigd is. Of geheel afwezig, zoals dit zebraveulen en deze jonge giraffe in de dierentuin weten. Vluchten (=kostbare energie verspillen) is dan niet aan de orde.
Eén bundel zintuigen 
De reden waarom paarden zoveel signalen uit de buiten- en binnenwereld oppikken? Een paard is één bundel zintuigen. Neem zijn ogen. Deze megagrote knikkers zijn zo gebouwd dat ze het paard een panoramische blik verschaffen. Die medaille heeft echter ook een keerzijde. Alle pogingen je paard een andere 'blik op de weg' aan te praten zijn gedoemd te mislukken. Hem laten wennen aan 'enge dingen' als rookbommen, grote mensenmassa's en wapperende spandoeken is wel mogelijk, zo bewijst de politiepaardenopleiding. 
Dan nog kan paniek plotseling de overhand krijgen. Paarden hebben een aantal 'blinde vlekken' die van invloed zijn op hun gedrag. Zo kan een paard niet zien wat er recht achter hem gebeurt. Benader hem daarom altijd schuin van achteren, zodat hij je ziet aankomen, iets wat iedereen weet maar licht vergeet...  

Tip: zolang jij de ogen van het paard kunt zien, kan hij jou ook zien.

En ja, loop niet in een rechte lijn op het paard af.  Een andere blinde vlek bevindt zich op de grond. Deze plek scant het paard met zijn tastharen en tastende lippen en tong. Van de kleine blinde vlek direct voor zijn neus heeft het paard over het algemeen weinig hinder. Om te zien wat zich daar bevindt, draait hij zijn hoofd gewoon eventjes naar opzij. Ervaar dat niet als 'dwars liggen'. Het is een natuurlijke impuls, die ook jij hebt. Om iets achter je of naast je te kunnen zien draai je ook je hoofd om. Jouw blikveld is ook nog eens een stuk kleiner dan dat van het paard, 'slechts' 180 graden. De overige 180 graden zijn 'blinde zone'... 
Het grote voordeel van twee naast elkaar gelegen ogen is wel dat je er diepte mee kunt zien. Paarden kunnen alleen diepte zien in de 70 graden smalle zone waarin beide ogen elkaar overlappen. Dat lijkt weinig in vergelijking met onze 'stereoblik', maar het is voldoende om behendig over hindernissen en kuilen heen te kunnen springen en op oneffen terrein goed uit de voeten te kunnen. Wil het paard een nog vollediger beeld van de omgeving krijgen dan brengt het zijn hoofd omhoog en omlaag, waarbij het zijn oren als antennes naar voren draait. Besef dus goed wat je doet als je een paard voortdurend strak in de plooi (lees: dressuurhouding) laat lopen: je dwingt het om blind te varen op jou. 
'Learned helplessness' (aangeleerde hulpeloosheid) is het gevolg en het komt ook in de mensenwereld voor. Langdurig niet kunnen doen wat je wilt, roept bij mensen gevoelens van somberheid op en leidt tot energieverlies en inactiviteit oftewel een burn-out.

Paarden die door middel van aangeleerde hulpeloosheid tot absolute gehoorzaamheid worden gedwongen vertonen exact dezelfde symptomen.

Beleefdheidsvormen
Paarden ruiken en proeven met behulp van hun neus en mond, die nauw met elkaar samenwerken. Veel paardenbezitters vinden het eng als hun paard zijn neus op gelijke hoogte met de hunne brengt, snuift en hun mond of neus even met zijn lippen betast. Onder wilde paarden en nog niet geconditioneerde veulens is dit echter een gangbaar kennismakings- en begroetings ritueel. Sla je het over dan gedraag je je in de ogen van het paard als een roofdier dat hem misschien wel wil bespringen.

Alle kans dat je daarmee een vluchtreactie uitlokt... Geef je paard dus altijd de gelegenheid om even je persoonlijke geur op te snuiven voordat je het longeert, inspant, erop gaat zitten of in de trailer zet.

Attentie: de kans bestaat dat de mond/neus kennismaking er bij volwassen paarden is uitgemept en is dus niet bij elk paard in te zetten. In dat geval kan het aanbieden van je hoofd een negatieve reactie uitlokken. Probeer het uit door eerst op veilige afstand van het paard je hoofd naar voren te brengen en lees zijn lichaamstaal. Krijgt zijn gelaat geen nieuwsgierige en uitnodigende uitdrukking, dan kun je hem beter aan je handen laten ruiken, ter introductie. Het is ook goed om in dat geval even diep en  hoorbaar te zuchten, ten teken van ontspanning. 
Het paard heeft het al moeilijk genoeg in de van chemische geurstoffen doordrenkte mensenwereld en wil graag weten wie het voor zich heeft. Kwestie van beleefdheid, van goede paardenmanieren.
Mondig of monddood?
Uitgerekend de sensitieve mond van het paard wordt door de mens al eeuwenlang gebruikt om paarden onder controle te houden. Hoofdstel aan, bit in, teugels eraan en sturen maar. En dat terwijl het heel goed mogelijk is gebleken een paard te sturen zonder bit.
 'Ja, maar zonder bit krijg je lang niet zo'n goede aanleuning', hoor je vaak. De vraag is of je dat moet willen, want kennis van de opbouw en anatomie van de paardenmond leert ons dat er paarden zijn die tijdelijk of permanent geen bit in hun mond kunnen verdragen. Soms heeft dit te maken met de vorm (dikte, breedte en lengte) van de tong of de dikte en overmatigheid van de wangslijmvliezen. Dan weer zijn de breedte en diepte van de onderkaak de oorzaak. Ook de hoogte en de gevoeligheid van de lagen, de lengte van de mondspleet en de conditie van het gebit kunnen aanleiding zijn om een paard geen bit in te doen. Rijd je deze dieren toch met een bit dan martel je ze. Met name mensen die zich toeleggen op het fokken van edele paarden doen er goed aan hun fokbeleid kritisch tegen het licht te houden. Sommige van hun 'fokproducten' hebben zulke smalle onderkaken dat er nauwelijks nog plaats in de mond is voor een bit.
De Nederlandse Vereniging Bitloos Paardrijden timmert al geruime tijd flink aan de weg met demonstraties en clinics om deze oeroude manier van rijden en mennen te promoten. Een initiatief dat zowel het welzijn van het paard als diersoort als het welbevinden van het individuele paard ten goed zal komen. Ook op de rijders heeft bitloos rijden een gunstig effect; ze leren weer te vertrouwen op lichaamshulpen die geen pijn en stress veroorzaken en bouwen daardoor een veel harmonieuzere band met hun paard op.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu