Bertram Larink: Meester Hoefsmid - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Bertram Larink: Meester Hoefsmid

Wetenswaardig > HOEFVERZORGING
Het is even zoeken naar het boerenstulpje van hoefsmid Bertram Larink in het Gelderse Drempt. De Hervormde kerk staat met zijn imposante bakstenen lijf zo prominent in beeld dat je het smalle, doodlopende weggetje ernaast pas in tweede instantie opmerkt. Aan het eind ervan wonen de Larinkjes, in een smaakvol verbouwde boerderij. Sinds het jonge gezin hier is neergestreken heeft het erf een grondige metamorfose ondergaan. 
Idyllische tuin met boerenbloemen, moestuin en kippen-hok hebben plaatsgemaakt voor een kindvriendelijke tuin en een prachtige hobbyschuur cq smidse.

Binnen roepbereik
Bertrams klantenbestand bestaat uit een paar pensionstallen, een paar kleine handelsstallen en heel veel particulieren. De grote stallen doet Bertram ik niet, want de Meesterhoefsmid wil niet afhankelijk zijn van iemand. Bertram heeft een paar 'persoonlijke arbeids-voorwaarden' die voor een deel zijn veiligheid moeten garanderen. 'Waar ik ook paarden besla, ik zorg ervoor dat ik nooit alleen sta te modderen. Omdat paarden dieren blijven en ik zomaar over een glibberige vloer kan uitglijden wil ik altijd iemand binnen roepbereik hebben.'Ook is het fijn om bij ijzig koud en vochtig weer binnen te staan. Zo houd ik mijn rug en mijn spieren warm. Een behoud voor mijn lijf.'

Ergonomisch verantwoord
Bertram heeft een zelf ontworpen tweeassige aanhanger die als mobiele smidse fungeert. 'Alles staat vast, veilig en ergonomisch verantwoord. Dit mede naar aanleiding van een grappig voorval uit mijn studietijd. Op een dag meldde zich een ergonoom. Ik kan er wel voor zorgen dat jullie ambacht ergonomisch verantwoorder wordt, had hij gezegd. Kom maar een dagje meelopen in Deurne, had cursusleider Chris Omen geantwoord. Die ergonoom is hard gillend weggelopen. Hoe wij de paardenvoeten optillen, hoe wij erbij staan als we met de hoeven bezig zijn, hoe we met onze gereedschappen werken. Hij vond ons gestoord, ha ha!' Bertram laat zien wat hij allemaal aan boord heeft.
'Tapmachine voor het maken van stiftgaten, boormachine, gasoven, aambeeld, knipschaar (om ijzers in te korten) lasapparaat en schuurband. Onderin een ladenkast waar de nagels inzitten. Aan de andere kant hangen de hoefijzers. O ja, en in de auto heb ik nog een laptop, een printertje en een mobiel pinapparaat. Lekker handig.
Ik had eerst een enkelassertje, maar je krijgt steeds meer spullen, hé? Ik was drie jaar bezig toen ik op een ochtend wegreed met alleen het karretje. De as was blijven staan. Tja, dan is het tijd om naar iets anders uit te kijken!'

Alles vertellen
Met een vederlicht aluminium bokje en twee handige kistje vol gereedschappen loopt naar de plek toe waar hij vandaag een Arabier van maatwerk hoefijzers gaat voorzien. Hij trekt zijn bruinlederen tuniek aan en bindt zijn bekapschort voor. Onderwijl geeft hij zijn ogen goed de kost. 'Ik kijk als het paard aan komt lopen hoe hij zijn voeten neerzet en controleer het daarna in stand. Die is goed wanneer je van voren en van opzij gezien een denkbeeldige rechte lijn kunt trekken vanaf het kootbeen, het kroonbeen en het hoefbeen. Dat noemen wij de voetas.' Bertram krijgt daarnaast graag aanvullende informatie van de paardenhouder over zaken die afwijken. 'Strijkt of vangt het paard zich? Meld het! Ik zie het paard namelijk altijd in rust, nooit onder belasting. Wat dierenartsen en fysiotherapeuten zeggen wil ik ook graag weten, want misschien kan ik helpen door iets aan de stand doen. Een paard goed aan het lopen houden en krijgen doe je samen, zeg ik altijd, maar dan moet je me wel alles vertellen.'

Mentaal plaatje
Behendig wipt Bertram de oude ijzers los met een tang, waarna hij de nagels eruit trekt. Hij maakt de onderkant schoon, haalt het vuil eruit, snijdt de straal wat bij en maakt de zool schoon. 
Daarna kort hij de draagrand van de hoef in. Witte lijn en zool vormen nu een schone verbinding. 'Niet teveel weghalen is het devies', doceert de jonge hoefsmid. 'Wel eens teveel eelt onder je voeten weggehaald? Dan weet je wat gevoelige voeten zijn. Ik maak de straalgroeven aan de zijkanten van de straal goed open, zodat het vuil er goed uitgekrabd kan worden. Verder verwijder ik alleen de los zittende hoorn. Wat vastzit haal ik niet weg. De zolen maak ik niet te bloot. Vergelijk het maar met je handpalmen. Als je die 's avonds mooi schoon maakt in de Biotex heb je de volgende dag nergens grip meer op. Het moet functioneel schoon zijn en strak, maar wel dik genoeg.' 
Na het bekappen van de derde paardenvoet loopt Bertram naar de smidse en legt de ijzers in het vuur, waarna hij de laatste voet bekapt. 'Tijdens het bekappen maak ik een soort mentaal plaatje van hoe de hoef eruit ziet', legt hij uit, waarna hij een roodgloeiend ijzer uit de oven haalt en dat begint bij te tikken. 'Met passen en meten wordt de meeste tijd versleten, luidt dit gezegde en het klopt als een bus. Ik smeed warm omdat je een warm ijzer mooier en gelijkmatiger naar wens kunt vormen...
En omdat koude smeden sneller versleten zijn, want waar ik steeds kleine tikjes geef moeten zij flinke klappen geven.' Van kunststofbeslag moet Bertram vooralsnog niets hebben. 'Ik sta open voor noviteiten, maar mijn ervaring is dat kunststof gigantisch werkt en invreet op de hoornschoen.' Bertram neemt het iets afgekoelde ijzer mee en houdt het even tegen de hoef aan. Stoom en de geur van verbrand haar vullen de lucht, maar het paard geeft geen kik. 'Doet geen pijn', sust Bertram, terwijl hij vliegensvlug een opzetje voor het lipje vijlt. 'Even kijken of het overal draagt en waar de nagel-gaten zich aftekenen op de witte lijn.' . Het nagelen van het paard begint al op het aambeeld, oftewel als je het ijzer goed gesmeed hebt op het aambeeld sla je de nagels er zo in.' Na drie keer heen en weer lopen heeft het ijzer de gewenste vorm, waarna Bertram het een tikkeltje bijslijpt. 'De binnenkant altijd iets meer dan de buitenkant', legt hij uit. 'Mocht het paard zich een keer raken dan loopt dat mooi rond. Dat ik hem op de zijkant oppoets is voor de mooiigheid.' Bertram nagelt het ijzer vast, de nagels netjes op een rijtje in de witte lijn. Hij gebruikt maar zes van de acht gaten. 'Zes is genoeg en ik houd ze een beetje voorin, zodat ik het hoefmechanisme niet teveel belemmer. Ik ram de nagels er ook niet onbenullig hard in. Vast is vast.'
Zoveel leven in zo'n voetje.
Eigenlijk zouden we het een eer moeten vinden dat we zo'n voetje mogen beslaan; er zit zoveel leven in! Ik ben helemaal lyrisch van het hoefmechanisme. Dat is het beurtelings spreiden en vernauwen van de achter-ste hoefhelft bij het belasten en ontlasten tijdens de voortbeweging. 
Die beweging zorgt voor de doorbloeding, de reiniging en de schokdemping van de voet. Zo ingenieus! Eigenlijk moeten wij daar met onze grote klauwen helemaal niet aankomen. Zo'n ijzer sluit dat voetje namelijk altijd wel ietsje op. Daarom geef ik die voet zoveel mogelijk de ruimte, zodat het hoefmechanisme kan werken. Als de voet weer gaat groeien en dus wat breder wordt, vult hij het ijzer wel op.' 
Meesterhoefsmid
Bertram Larink is al twee decennia werkzaam als zelfstandig hoefsmid. Niet bepaald een logische beroepskeuze voor de zoon van een leraar wiskunde. Bertram heeft er een logische verklaring voor. 'Op de basisschool was er geen land met me te bezeilen.
Ik was over-actief, dyslectisch en ook nog eens verbaal onhandig met taal. 'Buut'n speel'n' en met mijn handen bezig zijn was mijn ding. We hadden thuis in Angerlo sportpaarden waarmee mijn zus en ik op dressuurwedstrijden leuk meedraaiden. Als de hoefsmid kwam mocht ik hem altijd helpen. Ik wist dus al heel vroeg dat ik hoefsmid wilde worden.' Sinds het behalen van zijn diploma Specialist Hoefsmid mag Bertram zich 'meesterhoefmid' noemen! Zoals Bertram het vertelt lijkt het alsof hij fluitend het beroep ingerold is. Niets is minder waar. 'Als je stage loopt is het heel belangrijk een goed stage-adres te zoeken. In het begin liep ik stage bij iemand die alleen maar van tempo maken wist.' Zo'n zoef zoef hoefsmid wilde Bertram niet worden. 'Op zoek naar een andere stageplek ben ik bij 'mijn goeroe' Thijs Gerritsen in Laag-Keppel terechtgekomen. Tot op de dag van vandaag zijn we ambachtelijke maten.'
Lilliputter
Bertram beslaat dagelijks zo'n vijf à zes paarden rondom. 'Meer niet. Ik heb van het begin af aan gezegd dat ik niet voor kwantiteit ga maar voor kwaliteit. Ik wil tijd overhouden om in noodgevallen afspraken te kunnen verschuiven en bouw daarnaast bewust tijd in voor ontspanning. Ik doe dit namelijk voor mijn plezier en een deel van die lol is lekker babbelen met mijn klanten. Mijn smidse is alleen voor noodgevallen en om leuke dingen van staal te maken. Dat is een hobby van me. Paardrijden doe ik al acht, negen jaar niet meer. De mensen vragen heel vaak of ik het niet mis. Dan zeg ik altijd: Als ik met mijn klantjes door de bocht kan en lekker met paarden bezig ben is het toch ook goed?' Volgens Bertram is er veel animo voor het edele ambacht van hoefsmid. 'De praktijk leert echter dat veel mensen het onderschatten en dat er daarom veel afvallen. Allereerst het werk zelf. Als je jezelf niet spaart, houd je het niet vol. Dan zijn er nog de investeringen die je moet doen (auto, aanhanger, gereedschappen etc..), de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de boekhouding. O ja, je postuur moet je ook mee hebben. Mij hoor je niet klagen, maar ik had ook best een lilliputter willen zijn, want het lijkt me geweldig om rechtop onder een paard te kunnen staan!'
Hoefijzermonteurs en hoefsmeden
Het Arabiertje krijgt kleine, dunne ijzertjes onder. Bertram maakt ze zelf en doet dat zo behendig dat het op toveren lijkt. Zo het ijzertje het ene moment nog liploos, het volgende moment zit er ineens een lipje aan. 'Vergis je niet', fluistert Bertram op samenzweerderige toon. 'Ik vind dat elke hoefsmid dit moet kunnen, maar helaas... Je hebt hoefijzer-monteurs en hoefsmeden... Bertram is aan het laatste hoefijzertje toe. 
'Kijk, voor de nagelpuntjes die eruit komen heb ik kleine holletjes gemaakt. Nadat ik het hoefijzertje heb vastgenageld knip ik de puntjes af en knijp ze om met de nietentang. Met stopverf vul ik de oude en de nieuwe gaatjes op en schuur de hoef lichtjes op, van boven naar beneden. Daarna gaat er een likje (sla)olie over. 'Da's voor het oog', licht Bertram toe. 'Ik maak geen onderscheid wat wie met de paarden doet; ik lever ze altijd glad af.'
Beroepsvoorwaarden:
Geen. Hoefsmid is (nog steeds) een vrij beroep. Iedereen mag zich in Nederland hoefsmid noemen.
Tip: kies altijd voor een NvvH hoefsmid. Deze heeft een erkend Nederlands diploma op zak en is op de hoogte van alle ontwikkelingen op zijn/haar vakgebied.

Bijscholing:
Via de NvvH: praktische vervolgopleiding ter 'opfrissing' en om kennis te nemen van de nieuwe ontwikkelingen. Tevens jaarlijkse bijscholingsdagen, lezingen, demonstraties en workshops. Bertram is een 'praktijkbijscholer'. Hij neemt zo af en toe deel aan smeedwedstrijden en eindigt steevast in de hogere regionen.

Beroepsvereniging:
NVvH (Nederlandse Vereniging van Hoefsmeden)
Website: www.hoefsmedenvereniging.nl
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu