Beheren is een werkwoord - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Beheren is een werkwoord

Wetenswaardig > WELZIJN
Maart is steevast de 'Assepoestermaand' voor de beheerders van de Oostvaardersplassen. Hun internationaal bewierookte nieuwe wilderniskoets verandert dan pardoes in een pompoen en hun honderden fotogenieke koniks in nachtmerries. Hoe dat zo? Wel, elk jaar rond die tijd laait namelijk de discussie rond de grote aantallen verhongerende grote grazers in de Oostvaardersplassen weer in alle hevigheid op. In 2018 is naar schatting de helft van alle grote grazers nodeloos gestorven... Verontruste burgers kwamen in actie en het beleid is aangepast. Zo zie je maar weer, de macht van de massa-met-een-missie kan misstanden ongedaan maken.
De Oostvaardersplassen zijn spontaan ontstaan ten tijde van de inpoldering van de Flevopolder (1950-1968). Het woord 'plassen' zegt het al. We hebben het hier over het diepste en meest natte deel van de voormalige Zuiderzee. De planning was het gebied in te richten als industrieterrein en kassengebied, maar Moeder Natuur kraakte het, zoals ze alles kraakt wat mensen braak laten liggen. De krakers waren voornamelijk vogelsoorten die hier van nature thuishoren maar allang waren verkast of uiterst zeldzaam geworden. We hebben het dan over karekieten, roerdompen, baardmannetjes, blauwborsten, lepelaars, steltlopers en diverse reigersoorten. Met groot enthousiasme vestigden ze zich in dit paradijs. In 1974 krijgt het gebied de status 'natuurreservaat'. Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Dan gaan instanties zich ermee bemoeien. Het reservaat krijgt er een aantal 'ganzengraasgronden' bij en de geplande spoorlijn Almere-Lelystad wordt er in een boog omheen aangelegd. Ganzen kunnen niet voorkomen dat dit gras op den duur plaatsmaakt voor bos, dus zetten de beheerders er grote grazers in uit, enkele tientallen paarden (koniks), runderen (Heckrunderen) en edelherten, aangevoerd per veewagen. Nog steeds geen vuiltje aan de lucht. 
De natuur spreekt
De eerste jaren is het puur genieten in de OVP. Ieder-een kan hier met eigen ogen zien hoe de natuur func-tioneert. Er vestigt zich hier v a n z e l f een levens-gemeenschap die van deze omstandigheden houdt en hier kan gedijen. Er komen spontaan planten op. Die planten trekken weer dieren aan, die worden gegeten door roofdieren. Zo gaat dat in de natuur.
Grote grazers dienen op hun beurt tot voedsel voor carnivoren en aaseters. Althans, zo gaat het in een evenwichtig, natuurlijk eco-systeem, waarin alle elementen vertegenwoordigd zijn. Alle dieren leven en sterven hier, in een eeuwige wisselwerking met elkaar en met de bodem en het micro-organische leven daarin, de elementen en de seizoenen. Waar denk je dat het in een levensgemeenschap om draait? Eten en gegeten worden? Ja. Het recht van de sterkste? Nee! Die arme Darwin is totaal verkeerd vertaald. 'Survival of the fittest' betekent letterlijk: de meest geschikte overleeft, niet de meest agressieve plegers van staatsgrepen die een dictatuur willen vestigen om hun soortgenoten stelselmatig te onderdrukken en uit te knijpen. Het tegendeel is waar. Elke natuurlijke levensgemeenschap draait om onderlinge verbondenheid. Elkaar dienen, elkaars bestaan faciliteren. Op die manier houden alle deelnemers aan dit natuurlijke scenario elkaar in balans, ongeveer zoals een koorddanser zichzelf in balans houdt: door constant bij te sturen. Alles is dynamisch. De Oostvaardersplassen zijn echter in hoge mate 'ingekleurd' door mensen, waarbij een belangrijk regulerend element over het hoofd is gezien: predatoren, roofdieren. Dit maakt de Oostvaardersplassen tot de droom van een elite groep leden van het menselijk ras die er de scepter zwaait.
Van droom
tot nachtmerrie
Zo rond 1995 is die mensendroom op zijn hoogtepunt. De OVP bieden dan plaats aan vele zeldzame vogelsoorten, in ongekend grote aantallen. De droom krijgt zelfs de status van Europees natuurgebied (Natura 2000) toegewezen.
De droom krijgt zelfs de status van Europees natuurgebied (Natura 2000) toegewezen. In 1996 mag Staatsbosbeer de OVP gaan beheren. Nu komt SBB huisbioloog Frans Vera in beeld. Hij stelt dat alles is zoals het moet zijn. Afblijven. Juist dit is de grote denkfout, want je eigen droom met hekken er omheen moet je wel beheren en beheren is een werkwoord. Als je het aantal koniks, heckrunderen en edelherten onbelemmerd laat groeien en het gebied groeit niet mee, dan stort je droom als een kaartenhuis in elkaar. Dat is precies wat er gebeurt. De neerwaartse spiraal zet onmiskenbaar in en rode vlaggen worden beleidsmatig genegeerd. Bepaalde bloemen, struiken, vlinders en andere insecten verdwijnen, met in hun kielzog insecten- en zaadetende vogels. De weinige bomen die er staan en die als nestplaats voor 'koning zeearend' dienden, worden door hongerige paardentanden van hun bast ontdaan en rotten weg, waardoor ook de zeearend zich gedwongen ziet te verhuizen. Wat uiteindelijk overblijft is een grasvlakte die verdacht veel wegheeft van de 'monoculturele' weidegronden van de intensieve veehouderij. In 2008 is het ecosysteem nog maar een schijntje van wat het ooit was. De publieke opinie rond de sterfte van de grote grazers begint een jaarlijks terugkerend hoofdpijndossier te worden. Bioloog Frans Vera mag een nieuw 'beheersei' leggen. Zich baserend op projecten elders in de wereld kiest hij andermaal voor niets doen. Gods water mag over Gods akker blijven vloeien...

Crash op Sable Island
Eén van die 'lichtende' voorbeelden is Sable Island, gelegen in de Atlantische Oceaan, zo'n 180 kilometer ten zuidoosten van Nova Scotia (Canada). Op deze boogvormige zandrichel van 42 kilometer lang, twee kilometer breed en met een oppervlak van ongeveer 34 km², leven al meer dan 250 jaar lang paarden. Omdat de dieren op een eiland leven, hoofdzakelijk op helmgras en zonder predatoren, vindt er eens in de zoveel tijd een zogenaamde 'crash' plaats, waarbij maar liefst 75 procent van de paarden het leven laat. De overige 25 procent begint weer van voren af aan, totdat de volgende kritische massa is bereikt. Waarom laten mensen dit voortduren? Laten we eens kijken hoe 'natuurlijk' de natuur op Sable Island is. Allereerst zijn ook hier de paarden niet spontaan ontstaan, maar in de vroege achttiende eeuw door mensen ingevoerd om dienst te doen als werkpaarden op enkele boerenbedrijfjes. Al snel werd duidelijk dat het op Sable Island niet zo best boeren is. De boeren vertrokken, met achterlating van de paarden, die nog een poos dienst deden als hulptroepen van de mensen die op Sable Island de reddingsposten voor de scheepvaart bemanden. Nadat de radar zijn intrede had gedaan en er dus geen schipbreuk meer werd geleden, werden de reddingsposten gesloten, verlieten de reddingswerkers het eiland en bleven de paarden wederom achter, met als enige natuurlijke vijanden de grillige weergoden en het zand, dat hun tanden in hoog tempo deed slijten, zodat ze niet erg oud werden. Redden deden ze zich wel, tot de volgende crash. Toen in de jaren vijftig van de twintigste eeuw enkele biologen meldden dat de inmiddels tot ponyformaat 'terugontwikkelde' paarden het kwetsbare eco-systeem schade toebrachten, vatten de Canadese autoriteiten het plan op om de paarden per boot naar het vasteland te vervoeren en ze te werk te stellen in de kolenmijnen. De overtallige paarden zouden worden verwerkt tot hondenvoer. De Canadese schooljeugd zette een grote reddingsactie op touw. Met succes, want de toenmalige premier John Diefenbaker verleende in 1960 de paarden een beschermde status en riep Sable eiland uit tot beschermd natuurgebied. Sinds die tijd leven de paarden er zonder menselijke inmenging van welke aard dan ook. De onvermijdelijke crash die eens in de zoveel tijd plaatsvindt, speelt zich af buiten het gezichtsveld van het publiek. Net als in Nederland zijn in Canada de meningen over de status van de paardjes verdeeld. 'Ze horen hier niet thuis', vindt de ene partij. 'Ze hebben Sable Island mede helpen vormgeven en hebben dus alle recht om hier te zijn', menen weer anderen. De paardjes trekken toeristen en wetenschappers, dus ze mogen blijven...

Lessen geleerd?
Ook SBB hangt deze filosofie aan, niet beseffend hoe verwrongen dit beeld van de natuurlijke orde is. Een crash van deze orde dient namelijk geen enkel praktisch of wetenschappelijk nut. Nog even de officiële filosofie achter de verregaande verwaarlozing van de duizenden grote grazers in de Oostvaardersplassen. Boswachter Jan Griekspoor verwoordt het zo: 'Wij mensen zijn geneigd om over alles een uitgesproken mening te hebben en op grond daarvan in te grijpen. In dit soort systemen mag je dat wat jij vindt, loslaten. De paarden kunnen eten wat ze willen en zich gedragen zoals ze willen. Zo kan een hengst die een paar rake klappen krijgt zich in dit gebied afzonderen en uit het zicht van zijn concurrenten herstellen van zijn verwondingen. Het enige wat wij doen is kijken en leren van de natuurlijke processen die zich hier voltrekken.'
Deze redenering is zo krom als een hoepel. Alsof de paarden -laat ik het daar even op houden- er zelf voor hebben gekozen om dit gebied tot hun habitat te maken... Hun aanwezigheid heeft volgens Griekspoor al heel veel kennis over paardengedrag opgeleverd. Hij somt een aantal bevindingen op. 'Je hoeft paarden helemaal niet twee keer per jaar te laten bekappen en regelmatig te laten ontwormen. Je hoeft merries helemaal niet te helpen bij de geboorte, althans konikmerries niet. Je kunt meerdere hengsten gewoon bij elkaar laten lopen, want ze maken onderling wel uit wie het hoogst in de rangorde staat. Je hoeft helemaal niet bang te zijn dat de koniks het aan de stok krijgen met de Heck runderen en het roodwild. Ze vullen elkaar juist aan.' Dit maakt pijnlijk duidelijk dat het Staatsbosbeheer aan dossierkennis over paarden ontbreekt. Bovenstaande 'lessen' zijn al in de jaren tachtig van de vorige eeuw geleerd door gedragsdeskundige Claudia Feh, die het gedrag van vrijlevende Camarguepaarden en Przewalskipaarden bestudeerde. Waarom dit wiel nog een keer uitvinden? Dan de reden waarom Staatsbosbeheer afziet van aantalsregulatie. 'Door het aantal paarden te laten oplopen, treden allerlei regulerende terugkoppelingsmechanismen in werking. Een ervan is dat merries later een veulen krijgen of het veulenen een keer overslaan. Een ander mechanisme is een verhoogde sterfte onder veulens en jonge dieren. De natuur selecteert, wij fungeren als roofdier en schieten de zwakste exemplaren af op het door de natuur aangegeven moment, namelijk op het moment dat de individuen die niet voldoende vet hebben opgebouwd door hun hoeven zakken. In onze ogen bestaat er geen verantwoorde methode om dieren al voor de winter uit de kudde te halen. Welke moet je kiezen? Ze zien er allemaal nog zo weldoorvoed uit. En hoe praat je de stress-momenten goed waaraan je de dieren blootstelt? Het opjagen, het de kraal indrijven, het in de vrachtwagen laden, het transport? De slacht? Ik kan met de beste wil van de wereld niet uitleggen waarom dit beter is dan een dier in het veld laten sterven.'

Stress
Wij kunnen met de beste wil van de wereld niet uitleggen waarom SBB de hakken al die tijd zo in het zand kon zetten. De door SBB geleerde 'paardenlessen' zijn immers elders allang geleerd? Andere argumenten zoals 'We kunnen het niet maken de dieren die we eventueel zouden verwijderen bloot te stellen aan de stress-momenten rond de vangst', zijn gemakkelijk te weerleggen. In de vrije wildbaan staan dieren regelmatig bloot aan kortdurende stress-momenten. Stress van jagende roofdieren, stress van klimatologische omstandigheden... Kortom, korte stressmomenten waar paarden heel goed mee uit de hoeven kunnen. Chronische stress daarentegen is even fnuikend voor paarden als voor mensen. In de Oostvaardersplassen was dat de stress van teveel dieren op een te klein oppervlak, de stress van niet meer de voeding kunnen vinden die je als paard nodig hebt, de stress van tevergeefs proberen in alle rust een veulen te werpen, de stress van geen beschutting meer kunnen vinden tegen wind, kou en slagregens, omdat je noodgedwongen de schors van al je schuilbomen hebt moeten opvreten en de (mogelijke) stress van grootschalige worminfecties. Waarom wilde Staatsbosbeheer werkelijk koste wat kost haar eigen ecologische studieobject behouden, wetende hoezeer de grote grazers en de bodemgezondheid daar onder lijden, elk voorjaar weer? Hoe heeft men al die jaren op deze manier een loopje kunnen nemen met dierenwelzijn? Hadden we serieus moeten gaan meemaken hoe ook hier de koniks en de andere grote grazers zich 'terugontwikkelen' tot miniaturen van zichzelf? Met welk praktisch, zinvol of nuttig doel? Waarom hield Staatsbosbeheer zo halsstarrig vast aan een failliete filosofie? Wie of wat heeft het geweten van de boswachters die hier hun werk moesten doen buiten spel gezet en hun leven zelfs in gevaar gebracht? En waarom? Dit wrede experiment voortzetten was net zo zinloos als het wereldwijd opofferen van proefkonijnen aan steeds weer dezelfde medische en cosmetische tests. Het Sable Island experiment is al eeuwenlang gaande en levert boekwerken vol nuttige informatie op. Waarom niet daar van profiteren?
Getijdenbeweging
Het is één ding om als mens kunstmatig een goed functionerend eco-systeem op poten te zetten. Het systeem vervolgens beheren is van een heel andere orde. Niet voor niets luidt de titel van dit artikel 'beheren is een werkwoord'. Natuurlijke begrazing geef je vorm door in natuurlijke kringlopen te denken. Dieren in het wild evolueren in een dynamische omgeving, gedicteerd door seizoensinvloeden en omgevingsfactoren. Een soort getijdenbeweging. Hun metabolisme als ook die van de vegetatie is ingesteld op perioden van overvloed, maar ook op periodieke voedseltekorten. Bij schaarste daalt het energiegebruik, het vermogen om zich voort te planten en het soortelijk gewicht. Het is een periode van rust, verstilling en herstel, te vergelijken met vasten. Staatsbosbeheer heeft gelijk: dit natuurlijke terugkoppelingsmechanisme is iets moois. Vermagering maakt de vrouwtjes verminderd vruchtbaar. Alleen is vermagering iets anders dan dood hongeren.
Hoe het ook kan
Nederland telt veel meer nieuwe natuurgebieden waar koniks en runderen leven. Daaronder de Stille Vallei, onderdeel van het Horster-wold, op een steenworp afstand van de OVP. Hier volgt Staatsbosbeheer het beheerplan van Free Nature. In het Horsterwold wordt wel aan aantals
regulatie gedaan.
Eens in de zoveel tijd vindt er een vangactie plaats op basis van genetische gegevens, ongewenste uiterlijke kenmerken, lichamelijke afwijkingen, ziekteverschijnselen en soms ook afwijkend gedrag dat de kudde-dynamiek verstoort of menselijke bezoekers in de problemen brengt. Nog diezelfde dag komen de overtallige paarden aan hun einde of worden in andere gebieden gehuisvest en na een dag of wat is het stressniveau van de overgebleven dieren alweer afgenomen. De paarden in dit gebied hebben het hele jaar door voldoende te vreten, tal van mogelijkheden om te schuilen en alle kans om natuurlijk gedrag te laten zien. Ze leven er in harmonie met zowel de dierlijke medebewoners als de menselijke gasten en de vegetatie en gedijen er prima.
Het is goed dat Staatsbosbeheer er uiteindelijk toe is gebracht alle ellende achter zich te laten en een koersverandering door te voeren die in lijn is met de Free Nature filosofie. Het getuigt ook van dapperheid, want koersveranderingen liggen meestal nogal moeilijk bij grote organisaties en de vaak tot reusachtige proporties opgezwollen ego's erachter. Nu SBB gericht het aantal grote grazers gaat reguleren zullen de dankbare Oostvaardersplassen zich kunnen transformeren tot een reusachtige groene oase met moeras, grasland, kruiden, bloeiende planten, struweel en een schuilbos. Een paradijs voor insecten, met in hun kielzog talloze zeldzame vogelsoorten. Laten we Staatsbosbeheer feliciteren met hun wijze besluit, ook al werd dit afgedwongen door de publieke opinie. En de toekomst van de Oostvaardersplassen? Dit gebied zal zich door de jaren heen kunnen ontwikkelen tot 'Moeder Natuurs Nationale Mission Control', een plek van waaruit alle elders uitgestorven gevleugelde vrienden uitzwermen over (nieuwe) natuurgebieden elders in ons land en daarbuiten.
De politiek aan zet?
Oplettendheid blijft geboden, want het ego laat zich niet zomaar buiten spel zetten. Provinciale Staten wil meer recreatie in het gebied, mogelijk ten koste van de positie van de grote grazers. Emeritus-hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie Frank Berendse meent dat de vrij levende kuddes van heckrunderen, konikpaarden en edelherten weg moeten. Het droge deel moet weer onder water open, zodat er een groot moerasgebied ontstaat, met alle soorten die daarin van nature leven. Plus een aantal vlonderpaden voor recreanten. Niet zo'n heel snugger idee, mede met het oog op de komende klimaatveranderingen. Grote moerassen trekken grote hoeveelheden muggen aan en voordat je het weet zit je met een West Nile virus epidemie in je maag...

De gulden middenweg?
Hoe ga je om met de natuur, waarvan je een onlosmakelijk onderdeel bent, maar die je al duizenden jaren in gijzeling houdt en in allerlei onnatuurlijke vormen kneedt? Als onderdeel van het eco-systeem, waarbij de natuur zelf het laatste woord heeft? Dat kan al niet meer, omdat we onze natuur al zo lang zelf zijn gaan vormgeven. Blijft over de verantwoordelijkheid voor het welzijn van zowel de grote grazers als de bodemgesteldheid en het doelgericht begeleiden van de natuurlijke kringloop. Zolang koppeling van de Oostvaardersplassen met andere natuurgebieden zoals het Horsterwold en de Veluwe geen haalbare kaart is, hebben we een zorgplicht. Artikel 36, lid 3 van die wet stelt dat 'een ieder verplicht is hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen'. Reguleer, beheer en ga het grote publiek natuurbewustzijn bijbrengen tijdens georganiseerde safari's. Houd wel goed de vinger aan de pols, want partijen die de Oostvaardersplassen dan maar helemaal willen opheffen spreken mogelijk namens Lelystad Airport, dat dolgraag wil uitbreiden. En grote vluchten wilde ganzen vormen een gevaar voor opstijgende vliegtuigen. Misschien kunnen we natuur in de toekomst combineren met een beter leven voor ons vleesvee en zien we een heel ander soort vleesveehouder ontstaan. Hij en zijn collega 'cowboys' hebben alle monocultuur 'biljartlakens' omgevormd tot nieuwe, natuurlijke habitats voor sober vleesvee en tot wandel-, fiets- en recreatieve paardensportgebieden voor hun nageslacht. Bepaalde delen zijn gereserveerd voor mensen die permacultuur moestuinen beheren, waar onbespoten en GMO-vrije groente en fruit worden geteeld. Op kunstmest? Welnee! Gewoon, op ingezamelde en  gecomposteerde paardenmest. En de Oostvaardersplassen? Die zijn tegen die tijd een onopvallend onderdeel van Nederland Natuurland. Heel bijzonder en toch niks bijzonders...

Margriet Markerink (Paardenwaarden)

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu