nazorg bij castratie - Plaardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

nazorg bij castratie

Wetenswaardig > GEZONDHEID
VERBORGEN CASTRATIELEED... PLEIDOOI VOOR NAZORG BIJ CASTRATIE
Paardenosteopaten worden vaak geconsulteerd bij chronische problemen in het bewegingsapparaat. Wat ligt er aan de basis van chronische problemen die reguliere dierenartsen niet blijvend kunnen oplossen? Een veel voorkomende oorzaak van chronische problemen blijkt gelegen te zijn in het castratietraject. 
Een paardenhouder meldt zich bij de paardenosteopaat. Zijn ruin loopt stijfjes en onregelmatig. De dierenarts maakt een foto, constateert een ontsteking op de zijband van de knie, spuit deze in en de klacht is verholpen. Drie maanden later keert de klacht terug. Een tweede behandeling, in combinatie met medicatie, geeft hetzelfde resultaat. De paardenoseopaat gaat op zoek naar de oorzaak van de overbelasting van het ligament op die plaats. De ervaring leert dat bij één op de drie ruinen littekenweefsel na de castratie klachten geeft.
Dit heeft niets te maken met goed of fout castreren. Het gebeurt gewoon. Bij deze ruin is het bingo. Hoe ontstaat overbelasting? Bij een hengst loopt de zaadstreng door de liesopening over de urinebuis van de nier naar de blaas. Zie de zaadstreng maar als de brug voor de urineleider. De zaadstreng is een spiraalspier. Knip je die bij een castratie aan de buitenkant af, dan trekt hij zich terug in de liesopening. Is hij te lang dan komt hij daar niet helemaal door en gaat daar wat verkleven door bloedingsresten en ontstekingsreacties. Op het gedeelte dat nog binnenin zit ontstaat tractie. De urinebuis loopt niet meer zo mooi in een boogje maar staat onder een vorm van druk.
Met behulp van ultrageluid kun je zien dat de urinebuis een tikkeltje gestuwd is, wat weer enige stuwing op de nier kan veroorzaken. Dat is voor een paard erg onprettig. Bovendien heeft het gevolgen voor de beweeglijkheid. De kruisdarmbeengewrichten gaan restricties vertonen, heel vaak aan de zijde waar het gebeurd is. Gevolg: het paard moet de knie aan die kant anders gaan belasten. De paardenosteopaat kan die verkleving losmaken. Dat kan van buitenaf en van binnenuit. 

Gaat het van binnenuit dan doet de dierenarts dit, gaat het van buitenaf dan kan de osteopaat het zelf. Het is een eenmalige behandeling die nog geen vijf minuten duurt en eigenlijk tot de nazorg zou moeten gaan behoren. Castreren? Na een week of twee drie mobiliseren. Een ultrakleine kleine nabehandeling die een heleboel ellende kan voorkomen.

Ook als paardenhouder kun je iets door, namelijk regelmatig het litteken masseren, zodat het niet verder verhardt. Het paard op de foto geeft zelf aan wanneer het daar behoefte aan heeft door zijn been op te tillen en de paardenhouder toegang tot het castratiegebied te verschaffen.

Met dank aan Janek Vluggen (DO, MRO, EDO®)
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu