Beperk binnen stallen paard - Paardenwaarden

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Beperk binnen stallen paard

Wetenswaardig > WELZIJN
Eten en bewegen zijn voor een paard onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op zijn oorspronkelijke leefgebied de steppe groeit immers niet veel voedzaams. Wil je als paard toch voldoende voedingsstoffen binnen krijgen, dan zit er niets anders op dan je al etend te verplaatsen. Een vrij levend paard legt op die manier dagelijks vele kilometers af in een langzaam tempo. Omdat de omgeving steeds verandert en er achter elke struik of hoge graspol een roofdier op de loer kan liggen, besteden vrijlevende paarden ook heel veel tijd en aandacht aan het bepalen van een duidelijke onderlinge rolverdeling (wie waakt, wie rust?) en een heldere manier van communiceren.
 
Minstens zo belangrijk is het vermogen om je bij gevaar bliksemsnel uit de voeten te kunnen maken. Jonge paarden leren al deze dingen van andere paarden en uit eigen ondervinding. Contact met één of meerdere soortgenoten is dus voor een paard van levensbelang. Bovendien vinden paarden het leuk om met elkaar te dollen en zo hun lijf en ledematen in goede conditie te houden.
Maar ja, een gedomesticeerd paard heeft vaak geen keuze. De meeste veulens worden al met vier tot zes maanden abrupt gespeend. Bij vrij levende veulens gaat afspenen heel geleidelijk. Tot zo'n zes tot acht weken voor de geboorte van het nieuwe veulen mogen ze nog bij hun moeder drinken. We weten inmiddels dat abrupt afspenen aan de basis staat van veel stereotiep gedrag met de mond zoals houtkauwen, kribbebijten, luchtzuigen, tongspelen en smakken. Terwijl vrij levende veulens uitgebreid de kans krijgen een stabiel sociaal leven op te bouwen, worden gedomesticeerde veulens in groepen van gelijke leeftijden gezet. 
Je hoeft geen genie te zijn om te raden wat dit met een sociaal wezen als het paard doet. Het is echt geen toeval dat in het stadium tussen opfok en training de meeste vreemde gedragingen zich manifesteren. Schrapen, graven, ijsberen, weven, hoofdschudden, agressie... Het is nogal wat! Maar goed, wat moet je anders: 
Als je hele leven ineens op z'n kop staat?
Als je instinct je vertelt dat je in je eentje niet veilig bent?
Als je je omgeving niet kunt beïnvloeden?
Als je niet weet hoe je je aan moet passen?
Als je je suf verveelt?
Als je ruwvoer wilt eten maar dat niet kunt omdat je op zaagsel staat in plaats van op stro?
Als je het grootste gedeelte van de dag binnen staat en moet liggen in de stank van je eigen urine en uitwerpselen?
Als je geen of alleen 'traliecontact' hebt met de soortgenoot in de box naast je?
Als je daardoor voortdurend in onzekerheid leeft of je buurpaard nu wel of geen vriend is?
Als je vervangende kuddegenoot en opvoeder de mens je taal niet verstaat en je noodsignalen niet oppikt?
Veel zweten, afgematheid, depressie, slechte prestaties, hyperventilatie, infecties door een verminderde immuunreactie, verwondingen, pijn en onnatuurlijke gedragingen zoals voedernijd, flank bijten, traliebijten kloppen, schrapen, slaan... Allemaal symptomen van stress die veroorzaakt wordt door een combinatie van een onevenwichtige rantsoensamenstelling, beperkte beweging, gebrek aan sociaal contact met soortgenoten, te weinig afleiding en onwetendheid omtrent de aard van het paard.

Aanbevelingen voor de paardenhouder, die wel kan kiezen
Eén paard is geen paard. Heb je er toch maar één, regel dan dat het de wei en stal deelt met het paard of de pony van een buurman of kennis. Niks geit, schaap of stalpoes. Dat is hetzelfde als een mens naar een onbewoond eiland sturen met een hamster als gezelschap. Het geeft wat afleiding, maar er een innige band mee opbouwen? Vergeet het maar.

Zorg dat de paarden contact met elkaar kunnen hebben, ook buiten de tijd die ze samen in de wei doorbrengen. Ideaal is een grote open loopstal of groepshuisvesting met zicht op 'buiten'. Nu nog even niet haalbaar? Zorg er dan voor dat paarden elkaar kunnen zien, ruiken en liefst ook nog aanraken.

Een stal met een open top, dat wil zeggen: met halve wanden aan weerszijden en zonder tralies en aan voorkant is een prima introductie naar een groepsstal. Paarden die lang alleen op stal hebben gestaan en niet meteen weten hoe ze met andere paarden contact moeten maken en communiceren, hebben die gewennings-periode echt nodig. In een stal met een open top kunnen paarden zowel hun eigen plek opzoeken als toenadering zoeken tot de buurpaarden.

Geef paarden die met elkaar bevriend zijn een vaste plek naast elkaar.

Zorg voor regelmatige beweging en zoveel mogelijk weidegang. Is de weide of paddock in de winter te zompig? Ga dan dagelijks met de paarden aan de hand wandelen.
Zorg ook voor wat speelgoed op stal, zoals een skippybal, pion of speciaal voor dit doel ontwikkelde slinger- en gooispeeltjes.

Staat je paard in pension, zoek dan eens uit of er bij jou in de buurt al een bewegingsstal of paddock paradise is waar je je paard zou kunnen onderbrengen. Deze sterk in populariteit toenemende vormen van groepshuisvesting spelen in op de natuurlijke behoeften van paarden.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu